De International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC) heeft begin juli IFRIC 15 gepubliceerd. Deze interpretatie gaat in op de opbrengstverantwoording van contracten met betrekking tot de bouw van onroerend goed.

De interpretatie is voornamelijk van belang voor ondernemingen in de bouwsector. Het kernvraagstuk is of de opbrengstverantwoording van dergelijke contracten moet worden verwerkt onder toepassing van IAS 11 (Construction contracts) of IAS 18 (Revenue recognition). Op het eerste gezicht lijkt op bouwovereenkomsten IAS 11 van toepassing te zijn; dit brengt mee dat de opbrengst veelal verantwoord zou moeten worden naar rato van de voortgang van het project (ook wel ‘percentage of completion’- methode genoemd).

Het ‘probleem’ is echter dat IAS 11 is bedoeld voor situaties waarin de koper specifi eke eisen kan stellen aan het project. In veel nieuwbouwprojecten is meer sprake van ‘standaardproducten’ en heeft de koper geen substantiële inbreng in hoe het eindproduct (een ‘standaard’ woning) eruit komt te zien.

In dat geval concludeert IFRIC 15 dat er sprake is van een contract waarop IAS 18 van toepassing is. Onder toepassing van IAS 18 moet de bouwonderneming eerst bepalen of er sprake is van het leveren van goederen of het leveren van diensten.

In het eerste geval worden opbrengsten slechts verantwoord indien en voor zover voldaan wordt aan de voorwaarden van IAS 18 alinea 14. In het kort komt het erop neer dat voor de opbrengstverantwoording de meest wezenlijke economische voordelen en risico’s moeten zijn overgedragen aan de koper.

Dit kan pas op het moment van levering zijn. Er zijn ook situaties denkbaar dat gedurende het project de risico’s en voordelen van een gereedgekomen onderdeel continu aan de koper worden overgedragen. In dat geval worden de opbrengsten naar rato van de voortgang van het project verantwoord. Als er alleen sprake is van dienstverlening, bijvoorbeeld als de bouwonderneming geen materialen levert, wordt ook de ‘percentage of completion’-methode voorgeschreven.