De meeste sectoren laten dit jaar een beperkte groei zien. Sectoren die afhankelijk zijn van de export, industrie en transport zijn al eerder het groeipad ingeslagen. De detailhandel en de horeca profiteren van een beter consumentenvertrouwen, al lijkt er vooralsnog weinig ruimte voor huishoudens om bestedingen echt serieus te laten stijgen.

Het herstel in de bouw zet, ook mede dankzij het zachte winterweer, door. In veel sectoren gaat het nog vooral om volumeherstel en verbetert de winstgevendheid nog nauwelijks. Dit stelt het ING Economisch Bureau in het vandaag verschenen kwartaalbericht sectoren.

In 2014 hoogste groei in bouwsector
In de bouw zet de groei van het volume, mede geholpen door het zachte winterweer, in de eerste maanden van dit jaar door. Hierdoor stijgt de bouwproductie naar verwachting vier kwartalen op rij, iets dat sinds de hoogtijdagen van 2007/2008 niet meer is voorgekomen. ING Economisch Bureau verwacht daardoor voor 2014 een groei van 3,5% van de bouwproductie. Het vertrouwen van aannemers steeg in maart 2014 verder naar het hoogste niveau sinds twee jaar. Het is vooral de onderhouds- en verbouwsector die voor de groei zorgt, mede gedreven door de tijdelijke verlaging van het btw-tarief. Voor een hosannastemming is echter nog absoluut geen reden. Circa vier op de tien bouwbedrijven geeft nog steeds aan dat zij te weinig opdrachten hebben om hun personeel aan het werk te houden en dit aantal is sinds eind 2013 ook weer licht gestegen.
 
Breed gedragen groei in de industrie
De industrie weet de goede lijn van eind 2013 door te trekken. Door binnenlandse bedrijfsinvesteringen stijgt de productie van de machinebouw in de eerste twee maanden van 2014 met ruim 11% ten opzichte van een jaar geleden. De groei wordt breed gedragen. Zo draaien ook de chemie en metaalindustrie (beide +7%) goed. De energiesector zorgt momenteel wel voor een rem op de economische groei. Door de warme winter ligt de delfstoffenwinning op een laag niveau. Raffinaderijen kampen daarnaast met overcapaciteit als gevolg van onder andere buitenlandse concurrentie. In de transportsector is de overslag in de haven van Rotterdam door minder overslag van ruwe en minerale olie in het eerste kwartaal fractioneel gedaald. Het vervoer door de lucht blijft wel flink aantrekken. De export van de agrarische sector ontwikkelt zich in 2014 vooralsnog goed. Oost-Europa is groeimarkt nummer één, maar de verschillen zijn groot. De uitvoer naar Polen en Oekraïne steeg met ruim 20%, maar die naar Rusland stagneerde als gevolg van de gezakte koers van de roebel. De politieke instabiliteit zet de uitvoer naar meerdere Oost-Europese landen onder druk.
 
Detailhandel: einde aan sterke volumedaling
In de detailhandel laten non-food winkels eindelijk lichte plusjes in volume zien. Stijgend consumentenvertrouwen leidt tot enig optimisme bij retailers, maar er lijkt vooralsnog weinig ruimte voor huishoudens om bestedingen echt serieus te laten stijgen. Wel belangrijk is dat de almaar dalende trend ten einde lijkt. De omzet van supermarkten pluste in 2013 alleen doordat de prijzen flink toenamen. In 2014 zwakt het prijseffect af tot 1,5%. Tegelijkertijd vertoont ook het volume nauwelijks groei waardoor de supermarktomzet in 2014 minder snel toeneemt dan in 2013.
 
Publieke sector krimpt vijf jaar op rij
De sector zorg en welzijn heeft in 2013 de kleinste volumegroei in 25 jaar laten zien. Het nieuwe akkoord over de hervorming van de langdurige zorg verzacht de bezuiniging op ouderen- en gehandicaptenzorg. Niettemin monden de vele bezuinigingen in 2014 en 2015 per saldo uit in een historisch unieke krimp van zorg en welzijn. De overheid steekt wel structureel meer geld in het onderwijs. Zo is in een uitwerking van het eerder gesloten onderwijsakkoord afgesproken dat het voortgezet onderwijs er jaarlijks een bedrag bijkrijgt dat oploopt tot €370 miljoen. Dit leidt tot een groei waar overheden nog niet aan hoeven te denken. Zo blijven decentrale overheden de broekriem aanhalen. Hun begrotingstekort komt in 2014 namelijk nog boven de afgesproken (EMU-) norm uit. De publieke sector als geheel gaat het vierde en vijfde opeenvolgende jaar van volumekrimp in.