Herziening belastingstelsel op stapel

De fiscale behandeling van de eigen woning, de introductie van vlaktaks, de gelijke bahandeling van vreemd en eigen vermogen, het schrappen van het lage btw-tarief en de fiscalisering van de volks- en werknemersverzekeringen. Dit zijn enkele fiscale maatregelen die op de schop moeten, menen enkele vooraanstaande fiscalisten.

De fiscalisten brengen hun adviezen uit aan de Studiecommissie Belastingstelsel, die vorig jaar door staatssecretaris Jan Kees de Jager is ingesteld. Hierover bericht Het Financieele Dagblad.

Om mogelijke herzieningen van het belastingstelsel in kaart te brengen had de Studiecommissie een aantal wetenschappers, waaronder Lans Bovenberg, Sijbren Cnossen en Leo Stevens gevraagd hun visie op verschillende fiscale aspecten te geven. Dat resulteerde in een aantal adviezen, die een aanzet moeten geven tot een publieke discussie over het belastingstelsel van na 2020.


Hypotheekrenteaftrek

Over de aanpak van de hypotheekrenteaftrek heerst unanimiteit onder de hoogleraren. In plaats van de huidige aparte behandeling in box 1 dient de eigen woning in box 3 als vermogen te worden behandeld.

Voorstanders vlaktaks
Vooral Stevens en Bovenberg voelen wel wat voor vlaktaks, een uniform tarief voor de inkomstenbelasting van pakweg 36 tot 40 procent. Om te voorkomen dat alleen de hoge inkomens profiteren vinden hoogleraren Flip de Kam en Koen Caminada dat er bij vlaktaks een supertarief komt van 55 tot 60 procent.

Vreemd en eigen vermogen
In de adviezen is er veel aandacht voor de ongelijke behandeling van vreemd en eigen vermogen bij ondernemingen. Dat leidt momenteel tot allerlei ongewenste situaties, zoals de overmatige financiering met vreemd vermogen van overnames. Een lichte voorkeur tekent zich af om dit aan te pakken door ook voor het gebruik van eigen vermogen een aftrek toe te staan. In België is zo’n model reeds van kracht onder de naam Allowance for Corporate Equity.

Lager btw-tarief
Cnossen en De Kam pleiten verder voor afschaffing van het lage btw-tarief van zes procent. Ooit is dat lage tarief voor noodzakelijke goederen voor het levensonderhoud ingevoerd ter bescherming van mensen met lage inkomens. Cnossen noemt dit onzin anno 2010. Hoge inkomens profiteren hier in de praktijk vaak van. Ondertussen maakt het gekunstelde onderscheid de btw onnodig ingewikkeld. Cnossen bepleit ook, evenals anderen, om stevig te hakken in de btw-vrijstellingen voor bijvoorbeeld onderwijs, de gezondheidszorg en de lagere overheden. Het leidt alleen maar tot ontwijkingsconstructies en administratieve rompslomp.

Volksverzekeringen
De volksverzekeringen in de eerste belastingschijf staat eveneens ter discussie. Onder de fiscalisten is veel steun om die te integreren in een vereenvoudigde loonsomheffing. Werkgevers hoeven dan alleen nog een vast percentage aan de fiscus af te dragen. Bovenberg en Stevens stellen voor dat alle heffingskortingen en toeslagen voortaan zonder tussenkomst van de werkgever worden verrekend. Elke belastingplichtige krijgt daartoe zijn eigen webdossier bij de Belastingdienst. Zo draagt ICT bij aan administratieve lastenverlichting.

Diverse fiscalisten doen een goed woordje voor een supertarief in de inkomstenbelasting voor inkomens die de balkenendenorm overschrijden. Cnossen stelt wel voor de lagere belastingschijven wat op te rekken en de hoogste schijf - nu 52 procent - te verlagen tot 45 procent. Cnossen ziet ook ruimte om het inkomensplafond voor de volks- en werknemersverzekeringen op te heffen.