Hersenonderzoek: gevoeligheid voor emoties vergroot bereidheid tot boekhoudfraude

Empathische accountants zijn graag bereid de cijfers te manipuleren, als hun meerdere dat vraagt. Vooral als die meerdere daardoor promotie maakt of een bonus binnenhaalt.

Managers oefenen vaak flinke druk uit op controllers om een beter financieel beeld van hun eigen projecten en prestaties te schetsen. Soms doen ze vanuit een bedrijfsbelang, bijvoorbeeld wanneer een riskant maar veelbelovend project gered kan worden door controllers de kosten in het ‘verkeerde’ jaar te laten rapporteren. Soms ook vanuit eigenbelang.
 
Interne accountants die neurobiologisch gezien gevoelig zijn voor emoties van anderen, manipuleren eerder de cijfers als hun manager dat van ze vraagt dan ‘kille’ accountants. Maar alleen wanneer die manager daarbij uit is op persoonlijk gewin, zoals het binnenhalen van een bonus of promotie. 
 
Professor Frank Hartmann van Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) deed deze ontdekking door de hersenen van controllers te (laten) bestuderen. Hartmann zegt dat deze bevindingen mee zouden moeten tellen bij de werving en selectie van financials. 

Vaak hebben managers een direct persoonlijk belang bij ‘betere’ cijfers, zoals het binnenhalen van een promotie of bonus of om ontslag te voorkomen. Juist dan zal een manager emotionele druk toepassen om zijn controller te bewegen tot manipulatie van de cijfers, zegt Hartmann. En juist dit soort druk is voor sommige controllers moeilijk te weerstaan, vanwege hun specifieke neurobiologische eigenschappen.
Reacties op emotionele druk zijn gekoppeld aan activiteit van het zogenaamde ‘spiegelneuronensysteem’ in de hersenen, zegt Hartmann. Mensen met een van nature reactiever spiegelneuronensysteem herkennen gemakkelijker emoties van andere mensen, en zijn geneigd hun gedrag daaraan aan te passen. 
 
In het onderzoek werd aan financial controllers gevraagd of ze een aantal scenario’s wilden beoordelen, waarin een manager hen overhaalt de financiële rapportage te veranderen. In een deel van die scenario’s deed de manager dit vanuit een bedrijfsbelang; in andere scenario’s had zij persoonlijke belangen om dit te vragen.
 
De resultaten toonden aan dat mensen met een zeer responsief spiegelneuronensysteem meer geneigd zijn akkoord te gaan met suggesties van de manager, indien deze daar persoonlijk voordeel van heeft. Als managers aangaven dat het gesjoemel met de cijfers goed was voor de organisatie, was het effect minimaal.
 
Het onderzoek relativeert de roep in de sector om steeds meer aandacht en belang te hechten aan ‘soft skills’, sociale competenties bij de werving en training van financials. Het daarbij impliciet veroordeelde stereotype van de onverstoorbare of zelfs licht sociaal gestoorde cijferaar was zo gek dus nog niet, zegt Hartmann. A-sociale kenmerken kunnen zelfs gunstig zijn voor (de integriteit van) de controller, zegt hij, aangezien deze mensen niet zo gemakkelijk ingaan op ongepaste sociale druk.
 
De resultaten zijn ook interessant in het licht van de hernieuwde interesse van het bedrijfsleven om mensen met een autistisch spectrum-stoornis aan te nemen in bepaalde functies. Finance vraagt zeker ook om emotionele onverstoorbaarheid, stelt Hartmann.
 
Er is een interessante video over dit onderzoek te zien via  RSM Discovery.
 
Philip I. Eskenazi, Frank G.H. Hartmann, Wim J.R. Rietdijk, 'Why Controllers Compromise on their Fiduciary Duties: EEG Evidence on the Role of the Human Mirror Neuron System', Accounting, Organizations and Society