Herinvesteringsreserve: Nederlands OG vervangen door Spaanse vakantiehuisjes?

Het Hof Amsterdam heeft recent een belangrijke uitspraak gedaan over de vervangingsreserve.

Een BV verkocht onroerend goed dat zij op dat moment geheel verhuurde aan derden. De BV vormde voor de boekwinst een vervangingsreserve. Hof Amsterdam heeft beslist dat de BV deze reserve in mindering mag brengen op de (her)investering in Spaanse vakantiewoningen. De situatie is als volgt. De BV oefende een autoverhuur- en leasebedrijf uit. Dit bedrijf werd uitgeoefend in een pand dat de BV in haar bezit had, echter, gedeelten van dit pand werden ook verhuurd aan derden. De onderneming van de BV is verkocht, waarna het gehele pand werd verhuurd. Vervolgens is het pand eveneens verkocht waarbij een boekwinst is behaald. De BV heeft aangegeven voornemens te zijn de boekwinst te herinvesteren, derhalve kon een vervangingsreserve worden gevormd. De aandeelhouders zijn naar Spanje verhuist, maar hebben de BV aldaar niet geregistreerd. Doordat de inspecteur niet aannemelijk kon maken dat de werkelijke leiding van de BV in Spanje was gelegen, kon de inspecteur in dit geval de vervangingsreserve niet laten vrijvallen. Vervolgens heeft de BV in Spanje (vakantie)woningen aangekocht met als doel deze te verhuren. Het Hof heeft bepaald dat de verhuurde Spaanse (vakantie)woningen dezelfde economische functie hebben als de destijds verkochte onroerende zaak. Het Hof achtte aannemelijk dat de BV met het Spaanse onroerend goed verwacht een hoger rendement te behalen dan met het Nederlandse onroerend goed. Belang voor de praktijk? Alhoewel het een feitelijke casus is, waarin de belastingdienst wellicht niet op zijn best heeft geprocedeerd, blijkt wel dat het bij vervangen van verhuurd onroerend goed en het toepassen van de herinvesteringsreserve gaat om het rendement en niet om de locatie en de functie die het onroerend goed heeft voor de gebruiker.