Per 1 mei 2016 is de VAR (verklaring arbeidsrelatie) voor zzp'ers afgeschaft. Met de gelijktijdige introductie van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) is de zekerheid die opdrachtgevers in het verleden aan deze VAR konden ontlenen definitief voorbij.

Bij de Wet DBA - en de daarbij behorende (model)overeenkomsten - draait alles om het woord ‘schijnzekerheid’. Mocht namelijk blijken dat de relatie tussen zzp’er en zijn opdrachtgever in een later stadium door de belastingdienst toch als arbeidsrelatie wordt gekwalificeerd dan betekent dit voor de opdrachtgever kans op naheffingen en forse boetes.

Veel bedrijven hebben om die reden dan ook nu al aangeven vanaf 1 januari 2017 geen gebruik meer te zullen gaan maken van zzp’ers. Bij de zzp’ers begint deze boodschap nu ook aan te komen. In een ‘worst-case-scenario’ betekent het voor een grote groep zzp’ers dat zij na deze datum geen werkzaamheden meer kunnen verrichten en dat hun inkomsten snel zullen opdrogen.  

Zzp’ers, maar ook bedrijven die met deze zzp’ers samenwerken blijken deze – rustige – zomerperiode aan te grijpen om zich te verdiepen in de risico’s rondom deze Wet DBA. Daarnaast zijn partijen bezig om te bezien welke mogelijkheden er nog zijn om toch met elkaar te kunnen blijven samenwerken en dit zonder risico’s op naheffingen of boetes. Naar alle waarschijnlijkheid zal er bij de helft van alle zzp’ers (in Nederland bijna 1.000.000) sprake zijn van een verkapt dienstverband. Het door beide partijen ondertekenen van een zogenaamde (model)overeenkomst zal dan ook geen soelaas bieden en er zal door de opdrachtgever loonheffingen ingehouden en afgedragen moeten gaan worden.

Pim van Rijswijk, directeur van de VRB Adviesgroep – marktleider in het informeren en adviseren van zowel zzp’ers als hun opdrachtgevers over de risico’s en de mogelijkheden van deze Wet DBA – zegt: “Paniek is een groot woord, maar er is bij alle partijen zeker sprake van onrust en een enorme behoefte aan praktische informatie over dit onderwerp. We merken dat de meeste zzp’ers begrijpen dat er nu wel iets moet gebeuren en dat zij mogelijk niet als zzp’er verder kunnen aangezien een (model)overeenkomst tussen zzp’er en opdrachtgever vaak niet zal volstaan. Bij VRB is het tijdens de zomerperiode nog nooit eerder zo druk geweest.

In grote lijnen zijn er voor zzp’ers in de situatie dat een (model)overeenkomst niet volstaat drie mogelijkheden:

1. de opdrachtgever neemt de zzp’er in loondienst en draagt loonheffingen af;

2. de zzp’er komt op de loonlijst van een payrollbedrijf te staan. Dit bedrijf draagt de loonheffingen af en verhuurt de nieuwe medewerker aan de betreffende opdrachtgever of;

3. de zzp’er richt zijn eigen (ZZP) BV op (een private payrollconstructie) waar de voormalige zzp’er op de loonlijst van die BV komt te staan. De (ZZP) BV draagt alle loonheffingen af en verhuurt de nieuwe medewerker aan de betreffende opdrachtgever.

Bij VRB zien we in de praktijk dat zzp’ers - vanwege de kosten van het oprichten en onderhouden van een BV - tot een omzet van € 40.000,- meestal kiezen voor het in dienst treden bij een payrollbedrijf. Zzp’ers boven deze jaarlijkse omzet kiezen vaker voor de flexibiliteit en de voordelen van het werken vanuit een eigen (ZZP) BV”, aldus Van Rijswijk.