Goed verzekerd

Ik lees ergens dat de gemiddelde Nederlander (wie is dat?) acht verzekeringspolissen heeft. Klinkt veel, maar lijkt me nog een te bescheiden schatting. Hoe oververzekerd ben ik eigenlijk?


Laat eens kijken, allereerst hebben we natuurlijk ons huis dat we liever niet in brand zien vliegen, en als dat onverhoopt toch gebeurt, dan krijgen we daar via een opstalverzekering wat geld voor. Dat is de eerste verzekering. Spulletjes voor in het huis willen we ook graag weer, na die brand, dus dat is een tweede verzekering. Om het huis te kunnen betalen moesten we om een hypotheek te krijgen eerst ons leven verzekeren.

‘Levensverzekering’, dat is eigenlijk een heel interessante term als je er even over nadenkt. Ik heb er de polisvoorwaarden niet op na geslagen, maar het verzekeren van je leven lijkt me alleen aan de vermeende Hoogste Maatschappij gegeven, dus wat een aardse verzekeringsmaatschappij op dat vlak te bieden denkt te hebben moet iets anders zijn. Er is in het leven namelijk maar één gebeurtenis waar je echt van verzekerd kan zijn, en dat is dat je een keer dood gaat. Wat het natuurlijk in werkelijkheid is, zo’n levensverzekering, is een zelfs-wanneer-u-dood-bent-verdienen-we-nog-aan-u-polis. Maar ja, dat bekt niet zo lekker.

We gaan verder: auto, boot, motor. Eerlijk zijn, de wegenwacht is ook een soort verzekering, dus laten we die ook meetellen. Voor onze twee kinderen hebben we een ‘studieverzekering’. Ook zo’n schitterende term. Sleept de verzekeraar mijn zoons aan de haren naar de universiteitsbanken, wanneer zij besluiten na de middelbare school een wereldreis te gaan maken? Hm, zal ook wel iets anders betekenen.

Tellen we nog de WA en voor de zekerheid nog minimaal één in een onbewaakt ogenblik afgesloten maar lang vergeten verzekering mee, dan komen we op, even kijken, oeps: voor mij alleen al twaalf verzekeringen! Ho ho, ziektekosten bijna vergeten: dertien. Pensioenopbouw, WAO: vijftien. Het gaat lekker nu.

Let op, die verzekeringsjongens zijn sluwer dan slim: ze verzinnen een WAO verzekering, met overtuigende argumenten, en die heb je dus. Of je die ooit uit vrije wil en bij het volle verstand hebt aangeschaft weet je niet, hij is er gewoon en je betaalt er waarschijnlijk al heel lang premie voor. Wanneer eens op een regenachtige zondagmiddag tegen beter weten in probeert te ontcijferen wat er allemaal op je salarisstrook staat, zie je gebroederlijk onder ‘Premie WGA’ staan: ‘WGA gat’. Dat moet de verzekering voor het WAO-gat zijn; blijkbaar was de eerder genoemde WAO verzekering zo slecht, dat men het nodig vond om jou een nieuwe polis aan te bieden die de onvolkomenheden van het eerdere product wegpoetst. Dapper! Maar zo zit ik intussen wel op nummer zestien!

Ik stop met tellen. Weet je wat, ik deel ze allemaal door mijn vriendin en mij, dan zit ik weer op de acht van de gemiddelde Nederlander. Valt het nog best mee.

Michiel van Straten is ontdekkingsschrijver (www.ontdekkingsschrijver.nl), auteur van onder anderen ‘Tien verdwenen dagen, over de menselijke maat achter ons wereldbeeld’. Hierin schrijft Van Straten onder anderen over de geschiedenis van geld.