Gemiddelde dekkingsgraad ondanks kortingen afgelopen halfjaar licht gedaald

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is per eind juni gelijk aan 101%. Dat is een daling van drie procentpunten ten opzichte van de voorgaande maand. Daarmee is de gemiddelde dekkingsgraad in de eerste zes maanden van dit jaar, ondanks de doorgevoerde kortingen, licht gedaald.


Op 2 januari van dit jaar was de dekkingsgraad 102%. Pensioenfondsen moeten in de tweede helft van dit jaar een rendement van ruim 3% behalen, willen zij aanvullende kortingen voorkomen.

Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon Hewitt, wereldwijd marktleider in human-resourcemanagement, consultancy en outsourcing, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

Ondanks kortingen weinig herstel
De gemiddelde dekkingsgraad bevindt zich sinds augustus 2011 onder het wettelijk vereiste minimum van 105%, met uitzondering van maart en april 2013. Door gunstige aandelenontwikkelingen bereikte de dekkingsgraad toen een niveau van 107%. Om de dekkingsgraad structureel te verbeteren, zijn vorig jaar diverse maatregelen doorgevoerd. Zo moeten pensioenfondsen vanaf januari 2012 rekenen met een driemaands gemiddelde marktrente, in plaats van de actuele marktrente. Eind september 2012 kwam daar de Ultimate Forward Rate (UFR) bij, een rekenrente die gebaseerd is op een verwachte langetermijnrente. Tot slot voerden 66 pensioenfondsen in april 2013 een korting door in de uitkeringen.

“Al deze maatregelen hebben vooralsnog niet geleid tot een structurele verbetering van de gemiddelde dekkingsgraad,” zegt Frank Driessen, Chief Commercial Officer bij Aon Hewitt Nederland. “De driemaands middeling maakt de dekkingsgraad minder gevoelig voor schommelingen. De UFR heeft de rentedaling van 2012 grotendeels gecompenseerd, maar we zien nu dat het effect van deze maatregel afneemt. De kortingen leidden tot een stijging van de dekkingsgraad met één procentpunt. Desondanks bevindt de dekkingsgraad zich nu wederom onder het wettelijk vereiste minimum.”

Additionele kortingen
Voor de bepaling van de kortingen is uitgegaan van een inschatting van de verplichtingen en beleggingsrendementen per 31 december 2013. In het herstelplan dat pensioenfondsen hebben ingediend bij De Nederlandsche Bank, mocht worden uitgegaan van een portefeuillerendement gebaseerd op de situatie van begin 2009. Diverse pensioenfondsen hebben hier gebruik van gemaakt. De marktrente lag toen echter aanzienlijk hoger dan nu het geval is.

“Met de inzichten van nu is het waarschijnlijk dat de rendementen voor 2013 een stuk lager uitvallen. Om voldoende te herstellen moet er in de tweede helft van 2013 een rendement van ruim 3% gehaald worden. Als dat niet lukt, zal dat leiden tot aanvullende kortingen,” zegt Driessen.

Verplichtingen harder gestegen dan rendement
Aon Hewitt berekent de gemiddelde dekkingsgraad aan de hand van een voorbeeldportefeuille die representatief is voor pensioenfondsen. Daaruit blijkt dat in het eerste halfjaar van 2013 een rendement is behaald van 0,2%. De waarde van de verplichtingen is echter gestegen met 2,2%, door rente- en premie-effecten. Door de kortingen nam de dekkingsgraad toe met 1,0%, waardoor deze per saldo 1,0 procentpunten is gedaald in de eerste twee kwartalen van dit jaar.

De zogenaamde swaprente steeg de eerste helft van dit jaar voor looptijden van tien jaar met 0,5 procentpunt en voor looptijden van dertig jaar met 0,3 procentpunt. Aandelen stegen met gemiddeld 6%, vastgoed is vrijwel niet veranderd, terwijl grondstoffen daalden met 3%.
De rente waarmee een pensioenfonds haar verplichtingen moet waarderen is per eind juni lager dan verwacht, waardoor de waarde van de verplichtingen is gestegen met 1,4%.

Bron: Aon Hewitt