Recentelijk heeft het gerechtshof in Den Haag beslist dat geen overdrachtsbelasting verschuldigd is over voorbehouden stille reserves bij overdracht van een onroerende zaak. Dit meldt Horlings Taxnews.

De situatie was als volgt: een BV met een beleggingspant als onroerende zaak, voorzien van een aanzienlijke stille reserve ging een commanditaire vennootschap (CV) aan met natuurlijke personen die waren gelieerd aan de aandeelhouders van de BV.

De werkelijke waarde van de onroerende zaak was ruim 15,5 miljoen euro terwijl de boekwaarde ruim vier miljoen euro was. Bij het aangaan van de CV werd door de BV (de beherend vennoot) de economische eigendom van de zaak ingebracht onder voorbehoud van de stille reserve. Deze kwam toe aan de BV.

De natuurlijke personen (de commanditaire vennoten) werden voor negentig procent gerechtigd tot de ingebrachte economische eigendom. De inspecteur was van mening dat de commanditaire vennoten overdrachtsbelasting verschuldigd waren over de werkelijke waarde.

Volgens de rechter is het echter in strijd met doel en strekking van de wet om bij verkrijging van een beperkt gedeelte van de economische eigendom toch uit te gaan van de werkelijke waarde van de onroerende zaak zelf.

In casu was door het voorbehoud van de stille reserve alleen de economische eigendom van de boekwaarde verkregen. De heffing van overdrachtsbelasting dient volgens de rechter dan ook tot dit gedeelte beperkt te blijven.

Uitgaande van de juistheid van dit oordeel zouden door de overdracht van de economische eigendom onder voorbehoud van stille reserves op een fiscaal voordelige wijze onroerende zaken (bijvoorbeeld beleggingspanden) door de DGA uit de BV kunnen worden gehaald.

De heffing van overdrachtsbelasting blijft beperkt tot de (lagere) fiscale boekwaarde. De BV hoeft voor de vennootschapsbelasting niet meteen af te rekenen over de aanwezige stille reserve; deze blijft immers voorbehouden aan de BV. Pas bij realisatie hiervan (veelal bij verkoop van de onroerende zaak) is de BV hierover vennootschapsbelasting verschuldigd.

Toekomstige waardestijgingen en de huurontvangsten komen toe aan de DGA. Belangrijk aandachtspunt vormt de fiscale behandeling van de verkregen economische eigendom bij de DGA. Het fiscaal voordeligst is wanneer deze economische eigendom en de huurontvangsten voor de inkomstenbelasting in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) vallen.

Tegen de uitspraak is beroep in cassatie aangetekend.

 

Bron: Horlings Taxnews