Een wijziging van het boekjaar zonder reële betekenis, met als doel om belasting te besparen, kan met fraus legis worden bestreden. Dit volgt uit de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 17 december 2007.

De zaak was als volgt. Onderneming X was de dochtermaatschappij in een fiscale eenheid. Deze bv had een vordering op een groepsmaatschappij. Het boekjaar van bv X liep van 1 april tot en met 31 maart.

Op 15 december 2000 werd de zetel van deze onderneming verplaatst naar Londen. Destijds betekende dit nog niet dat ook de fiscale eenheid voor de verplaatsing van de feitelijke leiding werd verbroken.

Op 15 december 2000 werd het boekjaar gewijzigd en daardoor de fiscale eenheid verbroken. Het boekjaar liep nu van 16 december tot 15 december van het daaropvolgende jaar. Als gevolg hiervan is de bv vanaf 16 december 2000 weer afzonderlijk belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
 
Uiteindelijk zijn de aandelen in de bv door de aandeelhouder verkocht. Omdat de onderneming op dat moment was gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, behoorden de rente en het koersresultaat op de vordering niet meer tot de in Nederland te belasten winst. Als de bv haar boekjaar niet had gewijzigd, zou dit wel zo zijn geweest.

De rechtbank Haarlem oordeelt dat de boekjaarwijziging alleen is doorgevoerd om buiten het bereik van de belastingwetgeving te blijven. Het doel was dus feitelijk belastingontduiking. Deze wijziging van het boekjaar wordt daarom terecht met het leerstuk van de wetsontduiking genegeerd.

Toch zal niet iedere boekjaarwijziging waarmee fiscaal voordeel wordt behaald, worden bestreden. Maar als dit de enige reden is voor de wijziging bestaat dus wel het risico dat de belastingdienst dit met succes kan aanpakken.


Bron: Tijdschrift Financieel Management: Tax Update ism Deloitte