Zeg innovatie en iedereen is vóór. Nieuwe technologie, nieuwe medicijnen, nieuwe manieren van werken, nieuwe diensten, nieuwe gadgets, je kunt er moeilijk tegen zijn. De innovator is de held van de eenentwintigste eeuw. Zeker in Den Haag, waar ze aan de ene kant zo veel mogelijk regeltjes maken die onbedoeld het innovatieve proces in Nederland frustreren, maar aan de andere kant met zakken geld klaarstaan voor de ondernemer met een nieuw idee.

Sinds afgelopen juni kunnen innovatieve bedrijven bijvoorbeeld bij het Ministerie van Economische Zaken aankloppen voor een crisissubsidie. Minister Maria van der Hoeven heeft daar, samen met collega Ronald Plasterk van Onderwijs, 280 miljoen euro klaarliggen voor ‘Kenniswerkers’ en ‘Hightech Topprojecten’. Het geld mag dit en volgend jaar helemaal worden opgemaakt.


OVERHEIDSSUBSIDIE

Het idee is dat de kredietcrisis juist de innovatieve ondernemers frontaal raakt. De nerveuze banken houden hun geld liever zelf en als ze het al uitlenen, dan alleen aan totaal risicoloze projecten. Geld voor gewaagde innovaties is er niet.

De overheid probeert dat gemis goed te maken met 280 miljoen euro. Laten we hopen dat het genoeg is. En dat de juiste bedrijven de subsidies weten te vinden. Een paar jaar zonder risicokapitaal voor innovatie kan Nederland zich absoluut niet permitteren.

Het Centraal Planbureau gaat er nu al van uit dat de huidige crisis het groeipotentieel van de Nederlandse economie structureel zal aantasten. Werklozen verliezen vaardigheden, schoolverlaters worden langdurig werkloos, prima kapitaalgoederen gaan bij faillissementen verloren, en de risicopremies die banken boven op de normale rente vragen, blijven nog lange tijd hoog.

Als daar bovenop ook nog de motor van onze economie –innovatie – afslaat, kan de recessie nog wel jaren duren. Aan de andere kant is het ook te hopen dat een bepaalde vorm van innovatie door de crisis juist helemaal verdwijnt. Financiële innovaties hebben we niet meer nodig. De kunststukjes van de financial engineers blijken per saldo vooral schade aan te richten. Alleen de bedenker heeft er tijdelijk lol van in de vorm van vette bonussen.


FINANCIËLE INNOVATIES WAARDELOOS

Dat ligt niet zozeer aan de innovatoren in de financiële sector zelf, maar meer aan het feit dat de financiële markten al zo efficiënt werken. Wie er met een nieuw product of een slimme handelsstrategie toch nog wat extra geld weet uit te persen, bewijst de maatschappij als geheel nauwelijks een dienst.

De toegevoegde waarde van financiële innovaties is vaak gering. Welk voordeel ondervond de maatschappij bijvoorbeeld van de uitvinding van de CDOsquared? Dit was een tot voor kort populair product, waarmee het meest risicovolle deel van reeds twee keer herverpakte hypotheken nog een keer werd herverpakt. Briljant bedacht. Maar uiteindelijk nergens goed voor.

Dat geldt natuurlijk ook voor de CDO-cubic: het herverpakte meest risicovolle deel van de CDOsquared, door een andere slimmerik bedacht. Deze race naar het onzinnigste financiële product werd de sector uiteindelijk noodlottig. En de rest van de economie ook.

Ergens nog een voordeel, want als de kredietcrisis niet had toegeslagen, was er vast nog wel een slimme innovator geweest die had bedacht dat je de risicovolle staart van de CDO-cubic ook nog een keer kon herverpakken. Al had hij daar wel een vierde dimensie voor moeten bedenken.


MATHIJS BOUMAN is financieel-economisch journalist