Fictieve dienstbetrekkingen en artiestenregeling aangepast door Wet DBA

Het toepassingsbereik van een aantal fictieve dienstbetrekkingen en van de artiestenregeling wordt aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) per 1 mei 2016. Het besluit hiertoe is in het Staatsblad gepubliceerd.

Het betreft wijzigingen in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 en in een besluit op het gebied van de werknemersverzekeringen.

Gelijkgestelden en thuiswerkers

De belangrijkste (cumulatieve) criteria voor de fictieve dienstbetrekking voor de gelijkgestelden zijn:
– De opdrachtnemer verricht in het kader van de arbeidsverhouding persoonlijk arbeid op doorgaans ten minste twee dagen per week tegen doorgaans minimaal 2/5 van het minimumloon per week.
– De arbeidsverhouding is voor minimaal een maand aangegaan.
– De arbeid wordt niet verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep.

De belangrijkste (cumulatieve) criteria voor de fictieve dienstbetrekking voor de thuiswerkers zijn:
– De opdrachtnemer verricht in het kader van de arbeidsverhouding thuis persoonlijk arbeid tegen doorgaans minimaal 2/5 van het minimumloon per maand.
– De arbeidsverhouding is voor minimaal een maand aangegaan.
– De arbeid wordt niet verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep.

Op verzoek van de uitvoeringspraktijk wordt met dit besluit geregeld dat deze fictieve dienstbetrekkingen niet van toepassing zijn indien de opdrachtnemer en de opdrachtgever daar gezamenlijk in een voor aanvang van de betaling van de beloning gesloten schriftelijke overeenkomst voor kiezen.

• Besluit 165 in Staatsblad