Europese bv minder aantrekkelijk dan gedacht

De Europese naamloze vennootschap (SE) is nog maar weinig populariteit ten deel gevallen. Praktisch onnavolgbare medezeggenschapregels en de verplichte betrokkenheid van oprichters uit verschillende EU-lidstaten hebben ervoor gezorgd dat sinds haar introductie, eind 2004, slechts een twintigtal SE's in Nederland is opgericht.

Erik Vorst en Bob van Zijl (Het Financieele Dagblad, donderdag 16 juli 2009)

Op 25 juni 2008 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor een verordening voor de Europese besloten vennootschap (SPE). Op zich een wenselijk initiatief dat beoogt tegemoet te komen aan de wensen van Europese midden- en kleinbedrijf (mkb).

Het is echter de vraag of deze rechtsvorm het wél in zich heeft om een hoge vlucht te nemen. Aanvankelijk leek het erop dat de medezeggenschapsregels die het de SE zo moeilijk hebben gemaakt, in mindere mate van toepassing zouden zijn op de SPE. In zijn resolutie van 10 maart 2009 is het Europese Parlement echter met aanpassingen gekomen.

De regeling omtrent medezeggenschap is daarin aanzienlijk uitgebreid ter voorkoming van omzeiling van strengere nationale regels met gebruikmaking van de SPE. Deze aanpassing lijkt de praktische hanteerbaarheid van de SPE voor grotere ondernemingen te beperken.

Anders dan bij de SE, vereist de oprichting van de SPE geen grensoverschrijdend element. Een SPE kan simpelweg door één (rechts)persoon worden opgericht. Dat is een belangrijk voordeel. Maar ook op dit punt bevat de resolutie van het Europese Parlement een aanpassing. De SPE dient binnen twee jaar na oprichting aan te tonen dat er sprake is van een grensoverschrijdend element. Slaagt zij daar niet in dan dient zij te worden omgezet in een passende nationale rechtsvorm.

Je kunt je afvragen of dit een gelukkige regeling is. Een ander belangrijk voordeel van de SPE is dat voor nagenoeg alle rechtsregels die de inrichting van de SPE betreffen, de verordening rechtstreeks in alle lidstaten van toepassing zal zijn. Hierdoor zouden de statuten van een SPE uit Nederland nagenoeg uitwisselbaar kunnen zijn voor die van een SPE uit een andere lidstaat.

Dat biedt mogelijkheden voor een onderneming met activiteiten in meerdere lidstaten. Het voorstel voorziet ook in de mogelijkheid dat de SPE wordt opgericht in de eigen lidstaat en dat vervolgens haar zetel wordt verplaatst naar het land waarin de activiteiten daadwerkelijk worden verricht.

Dit kan de inschakeling van buitenlandse adviseurs bij de oprichting voorkomen en daarmee administratieve besparingen opleveren. Intussen moeten de verwachtingen van de SPE voor wat betreft de uniformiteit van regelgeving ook weer niet te hoog gespannen zijn.

Op specifieke onderdelen zullen nationale rechtsregels van toepassing zijn. Er gaat dus een gestapeld rechtsregime gelden. Daarbinnen lijken de scheidslijnen nog niet altijd even helder getrokken. Dat schept onduidelijkheid. De ondernemer die een SPE in het buitenland heeft zal zich dan toch weer van deugdelijk lokaal advies moeten laten voorzien.

De resolutie van het Europese Parlement schrijft een minimum aandelenkapitaal voor van EUR 8.000. Een uitzondering kan gelden indien het bestuur bij iedere uitkering aan de aandeelhouders een solvabiliteitsattest afgeeft. Daarin dient dan te worden bevestigd dat de SPE in staat zal zijn haar schulden uit gewone bedrijfsuitvoering die binnen één jaar na de uitkering vervallen, te betalen.

Aldus beschouwd is de SPE minder flexibel dan de Flex bv die geen verplicht minimum aandelenkapitaal meer zal kennen. Wij zouden willen pleiten voor een aanvullend Nederlandse voorschrift van notariële tussenkomst bij de oprichting van een SPE in Nederland, maar ook bij de uitgifte en levering van aandelen in een SPE in Nederland.

Voor al deze rechtshandelingen bewijst de notariële tussenkomst bij de bv sinds jaren goede dienst, niet in de laatste plaats ter waarborging van de rechtszekerheid. Zeker in samenwerkingsverbanden verdient de ondernemer het om met betrouwbaar maatwerk Europa in te gaan. Er lijkt nog een lange weg te gaan. Het voorstel voor de SPE geeft het nationale recht van de verschillende lidstaten nog veel ruimte.

De voorgestelde medezeggenschapsregels zullen het grotere mkb aanzienlijke administratieve lasten opleveren. Voor wat betreft de flexibiliteit overtuigt het voorliggende voorstel ook nog niet op alle fronten. Het is dus nog maar de vraag in hoeverre de SPE beter dan de SE aan de wensen van de Europese ondernemer tegemoet zal komen.


Erik Vorst is notaris bij CMS Derks Star Busmann nv, Bob van Zijl is kandidaat-notaris bij CMS Derks Star Busmann nv.