Dijsselbloem: Financiele sector moet vertrouwen zelf herstellen

"De financiële sector slaagt er nog onvoldoende in het vertrouwen te herstellen", aldus Jeroen Dijsselbloem, minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep.

Dat zei minister Dijsselbloem tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van VBA Beleggingsprofessionals en CFA Society Netherlands, die in het teken stond van ethiek en integriteit. 

Financiële instellingen besteden – al dan niet gedwongen door de samenleving en politiek – steeds meer aandacht aan ethiek en integriteit. Dat moet leiden tot het herstellen van het vertrouwen. En dat is zeer belangrijk, want de maatschappij en economie hebben een gezonde en betrouwbare financiële sector hard nodig. 

Maar de pogingen leiden tot nu toe niet tot dit gewenste resultaat. Er wordt in de maatschappij gesproken van een ‘amorele’ sector, een sector die ‘het morele kompas kwijt is’ en waar sinds de crisis ‘niets veranderd is’.

Dijsselbloem gaf aan dat de politiek ook last heeft van het algehele lage vertrouwen in de samenleving. “Vroeger gaf de kerk aan wat juist en niet juist was. Nu moeten we het zelf bedenken”, aldus de minister van Financiën.

Het lage vertrouwen in de financiële sector wijt Dijsselbloem aan een aantal oorzaken. Allereerst ziet het publiek dat de politiek de sector middels regels en boetes probeert te disciplineren. Waar is dat voor nodig, als de sector zich ethisch gedraagt? Verder doen zich nog te veel incidenten voor die het broze herstel van het vertrouwen steeds weer onderuit halen. 

Strenge regels noemt de minister ineffectief. “Kapitaaleisen kun je uitrekenen, integer handelen gaat veel dieper”, aldus Dijsselbloem. “Dat moet je aan de voorkant doen door er met elkaar over te blijven praten. Met het afdwingen vanuit de politiek gaan we het vertrouwen niet herstellen.”

Toch vindt hij ook steng straffen noodzakelijk om het rechtvaardigheidsgevoel van de samenleving te dienen. “Voor de crisis is destijds niemand gestraft, zelfs niet waar sprake was van aantoonbaar verwijtbaar gedrag en fraude. In de VS doen ze dat beter. Bij het Enron-schandaal werden de topbestuurders in handboeien de trappen van het gerechtshof op gevoerd. Zulke dingen gebeuren niet in Nederland, al zit het OM er wel agressiever in nu.” 

Om het vertrouwen te herstellen, vindt Dijsselbloem dat ondernemingen uit hun defensieve positie moeten komen. “Kijk minder naar de overheid en regelgeving, en meer naar je eigen normen en waarden als bedrijf. Er wordt veel geklaagd over regels, maar dit zijn de minimumeisen. Als je de lat heel erg hoog legt voor je eigen organisatie, dan zul je zien dat je van de regels geen eens last meer hebt. De echte problemen zitten niet bij de regels, maar bij de zoektocht naar nieuwe verdienmodellen.”

Dat accountants laatst in het Financieele Dagblad als angsthazen werden neergezet, ziet  Dijsselbloem als een goed teken. “Bij boekhoudfraudes in het verleden waren accountants vaak onder druk gezet door bestuurders om ‘anders naar de cijfers te kijken’. Er is nu minder ruimte om te onderhandelen en dat vind ik een goede zaak.”

Wat Dijsselbloem jammer vond was dat bij de Libor tuchtzaak onlangs, niemand uit de financiële sector voor de camera verscheen. “Dat kan niet meer in de huidige tijd”, aldus de minister. “De sector zal deze kwesties zelf moeten uitleggen aan het publiek. Nu voelen financiële professionals zich nog vaak in hun persoonlijke integriteit aangetast wanneer er kritiek is op misstanden in de sector, zoals de woekerpolis-affaire. Ook al heb je zelf niks onethisch gedaan, de sector heeft dat wel. Zet je over die emotie heen, en ga op eigen initiatief werken aan het herstel van het vertrouwen. Dat is veel effectiever dan dat wij het vanuit de politiek opleggen.”