De westerburen lijden pijn door energie, inflatie en brexit.

De Britse economie is in het tweede kwartaal van dit jaar gekrompen ten opzichte van de eerste drie maanden van dit jaar. Het is de eerste krimp in het Verenigd Koninkrijk sinds het begin van de coronacrisis. De omvang van de economie nam 0,1 procent af, wat wel minder was dan economen in doorsnee hadden verwacht. Vooral huishoudens hielden de uitgaven scherper in de gaten. Behalve de winkelverkopen, had ook het einde van de coronacrisis invloed op de economie. Er werd minder geld uitgegeven aan coronatests en vaccinaties. Verder daalde de productie van goederen. Wel was er groei in de horeca, bij kappers en bij buitenevenementen die weer door konden gaan na corona. In juni was er sprake van een afname van 0,6 procent ten opzichte van een maand eerder. Die daling had onder meer te maken met de festiviteiten ter ere van de 70-jarige regeerperiode van Queen Elizabeth. Alle Britten kregen daardoor een extra vrije dag. Toch hadden kenners ook hier rekening gehouden met een sterkere daling. Net als overal in Europa heeft het Verenigd Koninkrijk te maken met sterk gestegen prijzen, met name voor energie. De problemen in het land worden daarbij verergerd door de brexit. Voor het huidige kwartaal verwachten economen dat de economie zich weer wat herstelt, onder meer door de terugkeer van mensen van hun zomervakantie. De Bank of England verwacht dat het land in het vierde kwartaal weer last krijgt van economische krimp. (ANP)