Een regeling voor mensen met zware beroepen die ervoor zorgt dat zij vroeger kunnen stoppen met werken is geen goed idee. Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in de nieuwe publicatie 'Langer doorwerken: keuzes voor nu en later'. Volgens het CPB zou een vervroegd-pensioenregeling ervoor zorgen dat er minder wordt gekeken naar manieren om het werk zelf gezonder of minder belastend te maken.

Langer doorwerken tot je AOW-leeftijd is volgens het CPB niet voor iedereen haalbaar. Het kabinet zou voor zware beroepen bijvoorbeeld kunnen kijken naar de brandweer, waar nieuwe brandweerlieden verplicht moeten nadenken over hun tweede carrière na twintig dienstjaren, meent het CPB.

De AOW-leeftijd is nu gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. Die was vorig jaar 81,5 jaar. De koppeling zorgt ervoor dat mensen gemiddeld iets meer dan 18 jaar AOW ontvangen, al wijst het CPB erop dat laagopgeleiden gemiddeld minder oud worden en dus minder lang profiteren van de AOW.

De overheid kan werkenden helpen met meer inzicht in hun financiële situatie nu en later, met opleiding en ontwikkeling en kan een gezonde leefstijl stimuleren. Een andere koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting (bijvoorbeeld niet één-op-één) kan scherpe randen van de gevolgen voor de AOW-leeftijdverhogingwegnemen. Dit is echter wel kostbaar. Ook een betere bescherming van zzp-ers en flexwerkers tegen arbeidsongeschiktheid en pensioen kan verlichting geven. Veel genoemde andere maatregelen, zoals deeltijd-AOW of flex-AOW zetten geen zoden aan de dijk voor mensen met weinig aanvullend pensioen. Een zwareberoepenregeling ontmoedigt het zorgen voor gezond werk.

Voor de huidige generaties ouderen kunnen tijdelijke maatregelen helpen om werk tot de AOW leeftijd mogelijk te maken. Zo lijken een (op de korte termijn kostbare) vertraging van de AOW-leeftijdsverhoging en extra investeren in om- en bijscholing van ouderen verlichting te kunnen bieden. 

Download de publicatie