Na het softe intermezzo van de jaren negentig is het tijd dat de mathematische benadering van administratieve controle weer de boventoon gaat voeren. Dit kan belangrijk bijdragen aan het doelmatiger inrichten van organisaties, administratieve processen en waardestromen. En de nadruk kan worden gelegd op fraudepreventie in plaats van op het 'ontdekken' van fraude.

Door Ruud Veenstra De hoofdweg van de degelijk wiskundig, analytisch en kwantitatief onderbouwde administratieve controle is bewegwijzerd door (chronologisch) Schmalenbach en Klein, Limperg, Kleerekoper, De Wolff, Van Heerden, Kriens, Starreveld en anderen. Door de hoge standaard hoorde Nederland vanaf Limperg en Kleerekoper tot begin jaren negentig samen met de VS, Canada en Groot-Brittannië tot de koplopers op het gebied van accountancy, administratieve controle en wiskundige steekproeven. Schmalenbach en Klein waagden in 1911(!) als eersten een poging om administratieve controle kwantitatief te benaderen. Vooral de stellingname van Kleerekoper in 1933 tegen de 'janboerenfluitjes'-benadering van de administratieve controle in de Angelsaksische landen en (tot dan) in Nederland leidde in 1956 tot een doorbraak binnen het in Nederland algemeen aanvaarde Limpergiaanse concept van de volkomen controle. De Wolff, een vooraanstaand Nederlands statisticus, kwam in dat jaar met een eerste wiskundig onderbouwde steekproefmethode die geschikt was voor de controle van administratieve bewerkingen en het mogelijk maakte een gekwantificeerde uitspraak over een populatie zonder de noodzaak om alle elementen te controleren. Ongeremde overmoed Anders dan in de kwaliteitsbeheersing van industriële processen is het gebruik van wiskundig verantwoorde steekproeven in administratieve processen sterk achtergebleven. Toch is er nu nog veel meer reden om verantwoorde steekproefmethoden toe te passen dan in 1911, 1933 of 1956. Door 'Starreveld' en ICT is het administratieve domein inmiddels onlosmakelijk verbonden met operationele en logistieke systemen. Daar is inmiddels de uit zijn (administratieve) voegen barstende publieke sector bij gekomen. Door ongeremde overmoed van talrijke Nederlandse en Europese 'overheden' is er inmiddels sprake van een benauwende administratieve overbelasting van de gehele samenleving, waarin overzicht en samenhang ontbreken. Een robuuste analyse van de doelmatigheid en de kwaliteitsbeheersing is geboden om verder vastlopen te voorkomen. De kennis is (nog) niet verdampt. Nederland zou, door eendrachtig de knop om te draaien, met gemak weer een koploper op dit kennisgebied kunnen zijn. Op solide basis kan de accountant dan weer zonder omwegen of uitvluchten zijn verantwoordelijkheid voor de juistheid van de jaarrekening nemen en zijn exact onderbouwde oordeel in zijn verklaring tot uitdrukking brengen. De leiding van onderneming, instelling, uitvoeringsinstantie en overheidsorgaan kan dan weer vertrouwen op deugdelijk gekwantificeerde verificatiewerkzaamheden en de mede daarop gebaseerde deskundige beoordeling van de organisatie en vooral ook van de werking van de, met de waardestromen en bedrijfsprocessen verbonden, administratieve processen. Het is beter de put te dempen dan het kalf onnodig te laten verdrinken. Dit geldt zowel voor ondernemingen als voor wetgeving en de uitvoering van wetten. Voorwaarde is een synchrone en wilskrachtige aanpak van de gegroeide praktijk bij ondernemingen, overheden, instellingen en uitvoeringsinstanties. Opwaardering van het wiskunde- en statistiekonderwijs aan (aanstaande) politicologen, economen, bedrijfskundigen, informatici, juristen en accountants is onontkoombaar. In het mondiale speelveld kan Nederland een kennisvoorsprong behalen. Drs. Ruud H. Veenstra RA heeft een lange staat van dienst als openbaar accountant van grote en internationale ondernemingen (vanaf 1970) en als onafhankelijk accountancyconsultant (vanaf 1992). Daarnaast publiceert hij regelmatig over vakonderwerpen. www.veenstraaccountancy.nl