Bij het bepalen van het innovatiebeleid van een bedrijf kan de CFO een belangrijke rol spelen.

Dat zegt Jan van den Ende, hoogleraar Innovatiemanagement aan de Rotterdam School of Management, in een interview met het Financieele Dagblad. 

De Financieel Directeur is vaak degene die verantwoordelijk is voor het vooraf inschatten van de verwachte kosten, risico’s en opbrengsten van projecten. Op basis daarvan wordt bepaald of het bedrijf geld steekt in een specifiek innovatieproject of niet.

“Bedrijven zijn vaak bezig hun producten mooier, groter en beter te maken, maar het zijn vaak juist relatief simpele innovaties die een markt echt op zijn kop kunnen zetten”, zegt Van den Ende. “En juist die innovaties worden het vaakst gemist door bedrijven. Kijk maar hoe lang het heeft geduurd voordat KLM een antwoord had op prijsvechters als Ryanair en EasyJet.”

Volgens Van den Ende zijn de traditionele evaluatiemethoden niet geschikt om radicale innovatieve projecten mee te beoordelen. De methodes, waarbij een project in één keer van begin tot eind doorgelicht wordt, zorgen vaak voor een onderwaardering voor zulke projecten. In plaats daarvan bepleit hij voor zulke projecten de ‘real options'-benadering. Daarbij wordt er in de financiële waardering van een project rekening mee gehouden dat een project niet in één keer beoordeeld hoeft te worden. Een project begint dan bijvoorbeeld met een testfase, die een kleine investering vergt. Pas als er meer duidelijkheid is over het marktpotentieel van het nieuwe product, wordt bepaald of het project een grotere investering waard is.

De nieuwe evaluatiemethode houdt er rekening mee dat sommige projecten stranden in de testfase. Volgens de hoogleraar is dit ook de manier waarop start-ups te werk gaan. Die proberen een constant leerproces op gang te brengen, door eerst een simpele versie van een innovatie te testen, om deze voortdurend te blijven aanpassen tot ze een geschikte oplossing gevonden hebben. 

“Ook steeds meer grote bedrijven gaan die methode gebruiken”, aldus Van der Ende. “In jargon heet dat lean innovation. De ‘real options benadering’ is eigenlijk de financiële pendant daarvan. De financiële rechtvaardiging van lean innovation.”