Engelse bedrijven moeten orders schrappen omdat ze niet kunnen leveren.

De Britse economie herstelt minder snel van de coronacrisis dan voorzien. De versoepeling van de coronamaatregelen waardoor horeca en bioscopen weer open mochten, hebben de economie zeker een impuls gegeven.

Maar met name in de bouw en de verwerkende industrie bleven de prestaties achter bij de verwachtingen. Dat komt mogelijk door de problemen in de toeleveringsketen waar wereldwijd sprake van is.

Daarnaast is de handel met het vasteland nog verre van normaal. De invoer van producten blijft onder een pre-pandemisch niveau.

Brexiteers hoopten dat de scheiding met de EU de deur tot wereldwijde handel zou openen, zodat bedrijven zich konden bevoorraden met goederen buiten Europa. Maar het lijkt erop dat een aanzienlijk deel van de import gewoon verdwenen is, en niet vervangen, melden Engelse media. 

De schade is vooral te zien in de belangrijkste EU-importcategorieën. Hoewel de invoer van materiaal gelijk is gebleven ten opzichte van vorig jaar, zijn de invoer van machines, levensmiddelen & dieren en chemicaliën respectievelijk 16, 20 en 25 procent gedaald.

Volgens deskundigen worden levensmiddelen en chemicaliën geteisterd door vertragingen. Bedrijven zijn genoodzaakt om orders te schrappen.

Volgens het Britse statistiekbureau was in de maand mei sprake van 0,8 procent groei op maandbasis. Dit percentage volgt op een groei van 2 procent een maand eerder. Het bruto binnenlands product in het Verenigd Koninkrijk ligt momenteel zo'n 3,1 procent onder het niveau van februari 2020, de laatste maand voor de crisis.

Volgens de Bank of England zal de Britse economie tegen het einde van het jaar weer terug zijn op pre-crisisniveau.

(ANP)