De economische opleving gaat voorlopig aan de zorg voorbij. Niet alleen de overheid, ook zorgverzekeraars en verzekerden houden de hand op de knip.

In de zorg zijn ondernemers daardoor duidelijk pessimistischer dan in andere sectoren. De verschuiving van zorg vanuit ziekenhuizen en ggz naar huisartsen zorgt ervoor dat de uitgaven aan huisartsenzorg juist wel sterk groeien. De zorgvolumes zullen in 2015 en 2016 net als in 2014 krimpen. Op de lange termijn is de zorg echter een groeisector. Dit stelt het ING Economisch Bureau in de reguliere publicatie ‘Update Gezondheidszorg’.
 
Trendbreuk in uitgavengroei sinds 2013
2013 markeert een trendbreuk in de ontwikkeling van de zorguitgaven. Terwijl de gemiddelde groei van 2009 tot 2013 op 4% per jaar lag, lieten 2013 en 2014 een groeitempo van gemiddeld 1% zien. “Deze nieuwe realiteit vraagt om permanente aandacht van zorgbestuurders voor kostenbeheersing en verdienmodel”, aldus Erwin Winkel, sectormanager gezondheidszorg bij ING.
 
Zorgakkoord werkt door in uitgaven huisartsenzorg
Huisartsen worden vanuit het zorgakkoord gestimuleerd om steeds meer laagcomplexe en chronische zorgtaken van ziekenhuizen en ggz over te nemen. Dit beleid dempt de groei van de zorguitgaven. In 2014 lag de groei van uitgaven aan huisartsenzorg met 5,7% bijna drie keer zo hoog als de groei van uitgaven aan ziekenhuiszorg. De ggz-uitgaven namen zelfs af.
 
Volumekrimp op korte termijn, groei op lange termijn
Ondernemers zijn in de zorg door alle beleidsmaatregelen en transities een stuk pessimistischer dan in andere sectoren. De zorgvolumes namen in 2014 af en zullen dit in 2015 en 2016 blijven doen. Op de (middel-)lange termijn zullen zorgvolumes naar verwachting weer groeien, doordat de effecten van de beheersingsmaatregelen wegebben, bij voortgaande economische groei de noodzaak tot verdere ingrepen minder wordt gevoeld en de toenemende vergrijzing voor opwaartse druk zorgt.