Bestuursvoorzitters laten zich dikwijls leiden door persoonlijke voorkeuren in plaats van rationele argumenten. Dit concluderen Edwin Kaats en Wilfrid Opheij in hun onlangs verschenen proefschrift over de rol van bestuurders binnen samenwerkingsverbanden in bedrijven.

Slecht in vijftien procent van de beslissingen geven rationele argumenten de doorslag, zo blijkt uit het onderzoek. Persoonlijke drijfveren en eigenbelang spelen een essentiele rol bij het gedrag van bestuurders.

Kaats en Opheij concluderen dat bestuurders hun energie vooral richten op ‘leuke dingen doen met leuke mensen’. Ze kiezen voor initiatieven die er voor hen persoonlijk écht toe doen, met mensen met wie het klikt. Emoties – macht, de beste willen zijn, onzekerheid, angst, spijt, aandacht, persoonlijke klik en vertrouwen- zijn van groot belang.

Voor het onderzoek werden meer dan vijftig gesprekken gevoerd uit onder meer de zorg, de bouw en de overheid. Kaats en Opheij zijn op zoek gegaan naar de verhalen ‘tussen de coulissen’ en ‘in de kleedkamer’, en naar de manier waarop bestuurders hun eigen werkelijkheid creëren en beïnvloeden.