Analyse: De brief

Een beetje beursgenoteerd bedrijf dat al dan niet tijdelijk slechter presteert dan de concurrentie, kan in Nederland tegenwoordig al snel een brief van een hedgefonds verwachten. En ook als een bedrijf geen brief krijgt, blijft er altijd nog voldoende aanleiding tot speculatie in de media. Een onwenselijke situatie.

Als een zichzelf respecterend activistisch hedgefonds dat uit is op kortetermijngewin moet je er op tijd bij zijn. Het sturen van een brief is lucratieve business geworden. Zelfs met een relatief klein belang kun je bij de allergrootste bedrijven voor behoorlijk wat opschudding en koersbeweging zorgen. En als het bestuur niet wil luisteren of niet snel genoeg ingrijpt, kun je altijd nog een kopie van de brief naar de media sturen en dreigen medestanders te mobiliseren.

Uiteraard spelen de media hier ook zelf handig op in. “Meneer de CEO, hebt u recentelijk nog een brief ontvangen?” De vraag maakt al bijna deel uit van het standaardrepertoire van de journalist. Het ontvangen van een brief heeft immers grote nieuwswaarde. De koersreacties zijn navenant. Opvallend is dat het openbaar maken van brieven ook gewoon schijnt te mogen, ondanks de geur van koersmanipulatie.

In ieder geval is het fantastisch voer voor speculanten. Activistische hedge funds hebben de brief – en met name het openbaar maken ervan – ontdekt als een uiterst effectief middel om druk op ondernemingen uit te oefenen. Bijvoorbeeld voor een ingrijpende strategiewijziging, de verkoop van onderdelen of de opsplitsing van een bedrijf.

Daarnaast wordt de brief gebruikt om de besluitvorming over voorgenomen transacties al in een vroegtijdig stadium te beïnvloeden of te frustreren. Het risico van dergelijke acties is voor hedgefondsen vrij beperkt, en als je het slim speelt, heb je de betreffende aandelen (al dan niet gedeeltelijk) stiekem geleend of pak je tussentijds al een mooie koerswinst mee, onafhankelijk van het uiteindelijke resultaat van de brief. Verantwoording afleggen over het beleid hoeven hedge funds niet. De transparantie is minimaal en het afdwingen hiervan lijkt onder de huidige wet- en regelgeving erg lastig.

Het optreden door sommige activistische hedge funds als stoorzender van cruciale strategische beslissingsprocessen is niet alleen lastig, maar kan ook schadelijk zijn voor de bedrijfsprestaties en impliciet dus ook voor de waarde van die ondernemingen of onderdelen daarvan vertegenwoordigen. Het maakt de beheersing van onrust binnen de organisatie en de onzekerheid bij klanten niet bepaald eenvoudiger.

En hoe langer de onrust duurt en hoe meer die telkens weer wordt gevoed, hoe slechter dat uiteindelijk is voor de onderneming.Dit pleit voor een gedragscode voor investeerders rondom cruciale strategische beslissingen met wellicht duidelijker richtlijnen voor inmenging in het besluitvormingsproces. Denk maar aan de broedende kip die je niet te veel moet storen. Zolang het systeem in Nederland echter niet goed werkt, zullen activistische hedgefondsen volop gebruik blijven maken van de mazen in de regelgeving, zoals we die op grond van de corporate-governancecode van Tabaksblat nu in Nederland kennen.

De Monitoring Commissie heeft inmiddels een aantal maatregelen voorgesteld om het toenemend aandeelhoudersactivisme in Nederland in betere banen te leiden. Op het eerste gezicht lijken het goede voorstellen. Of deze maatregelen zullen bijdragen aan een ordelijker verloop van de weging van alternatieven en het uiteindelijke besluitvormingsproces door de aandeelhouders, zal moeten blijken. Wellicht is het een stap in de goede richting, maar waarschijnlijk is hiervoor een gezamenlijke internationale aanpak voor vergroting van de transparantie van hedgefondsen meer geschikt.


JOSÉ TIJSSEN is managing director van Citigate First Financial