De corporate-governancediscussie komt in het stadium van de apotheose: de regelgeving en mogelijk zelfs een 'verklaring van goed gedrag'. Bovendien moet het jaarverslag vanaf 2005 het toppunt van transparantie worden. Voor de CFO wordt het er niet leuker op.

De debatten over corporate governance vormen een brede maatschappelijke discussie. Het gaat niet langer over de relatie tussen topmanagers en de vermogensverschaffers, het gaat ons allemaal aan. Hoe komt dat? Aan de ene kant werkt slecht ondernemingsbestuur door op ons allemaal. Bijvoorbeeld doordat we werken bij die ondernemingen of ons geld beleggen in aandelen of obligaties ervan, direct of via het pensioenfonds waarbij we zijn aangesloten. Maar ook zonder dat zijn we uiteindelijk allemaal slechter af als de vermogensmarkten tengevolge van deze extra risico's minder efficiënt functioneren. Om die reden zijn we allemaal 'geraakt' door het onderwerp, we zijn dan ook terecht deelgenoot in de discussie. Tegelijk raakt de discussie ons ook op een andere manier: in ons moreel besef. We zijn verontwaardigd over het grote graaien van de elite. En het doet er niet meer toe of dat nu op een directe manier is gebeurd door geld van de onderneming voor eigen rekening te gebruiken of op indirecte wijze door de omweg van opgepoetste resultaten waarvan de variabele beloning afhankelijk is. We hebben geen zin meer in nuancering. We zijn boos en het moet maar eens afgelopen zijn. Het is niet zo dat er onmiddellijk een nieuwe Franse Revolutie dreigt, maar op politiek niveau zijn er natuurlijk van alle kanten initiatieven om drastisch in te grijpen. Van de Sarbanes-Oxley Act, die directe persoonlijke verantwoordelijkheid afdwingt, tot populistische discussies over Nederland Fraudeland en corporate-governanceregels die de kracht van wet gaan krijgen. Marktgrillen Je kunt je afvragen hoe het zover gekomen is. Ik zie onderliggend twee fundamentele verschijnselen die verband lijken te houden met de governancediscussie. Op de eerste plaats de ontwikkeling van de postmoderne samenleving, waarin het individu loskomt van de 'grote verhalen' die de mensen voorheen bij elkaar hielden als het ging om toetsing van gedrag. Hierdoor ontstaat als het ware een moreel vacuüm waarin de individuele persoon vrijwel ongeremd een eigen beeld van leven en wereld kan opbouwen. Als mensoverstijgende waarden verdwijnen, verschijnen er ook andere normen. Pakkans vs. strafmaat is er één van. Een tweede verschijnsel, dat in het verlengde ligt van het eerste, is de nadruk op het belang van de aandeelhouder. Dit heeft ertoe geleid dat het beeld van de onderneming weer is teruggebracht tot een economisch subject, waarvan het bestaan afhangt van de mate waarin het de belangen van aandeelhouders dient. Het streven naar shareholder value boven alles heeft de onderneming, en vooral het topmanagement, sterk afhankelijk gemaakt van de grillen van de vermogensmarkt. In deze markt figureren actoren die hun belangen gespreid hebben en op grond van hun 'residual claim' het uiterste vergen van de vraagzijde. Als beide ontwikkelingen worden samengenomen ontstaat het beeld van een meedogenloze strijd om prestaties, waarin geen plaats is voor loyaliteit en waarin geen enkel excuus geduld wordt. Afspraak is afspraak, voor jou tien anderen. Voor de CFO zijn er twee mogelijkheden. Of je bent als CFO al gezwicht, het hemd is immers nader dan de rok, en je zit met samengeknepen billen op je stoel tot het moment komt dat je zelf de voorpagina's haalt. Of je bent niet gezwicht en hoopt dat iedereen binnen de organisatie ook zo sterk is. Maar wie kan dat garanderen? Wie gaat zijn hand in het vuur steken voor elk lid van de organisatie? Toch is dat wat verwacht wordt. Nu zijn er intussen goede aanzetten gedaan om de interne beheersing te beoordelen en te verbeteren, zoals de benadering van het COSO1, maar die zijn natuurlijk niet waterdicht. In dat licht bezien zijn de maatregelen die genomen zijn, vooral in de VS, helemaal in lijn met het postmoderne samenleven: als overheid eenzijdig spijkerharde afspraken afdwingen en intussen vergeten dat leidinggeven mensenwerk is en dat organisaties niet tot in de haarvaten mechanisch reageren op bevelen. 1)In Nederland geïntroduceerd door het NIVRA: Analyse- en Beoordelingsinstrument Interne Beheersing, ABIB, downloadable van www.nivra.nl. Prof.dr. A.N.A.M. Boons RA is hoogleraar financieel management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en organisatie-adviseur bij Deloitte Management Consultants.