Aanzienlijke rol pensioenfondsen en verzekeraars bij bedrijfsfinanciering

Nederlandse pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen zullen een aanzienlijke rol gaan spelen bij het verschaffen van de noodzakelijke financiering aan het bedrijfsleven. Dat meldt KPMG.


“Gezien het feit dat de bancaire kredietverlening in Nederland de komende jaren verder onder druk komt te staan en de rentevergoeding aan de banken steeds hoger wordt, wordt het voor institutionele beleggers aantrekkelijker om actief te worden in het verlenen van kredieten aan het bedrijfsleven”, zegt Ferdinand Veenman, partner bij KPMG Advisory.

Veenman: “Aangezien de banken geconfronteerd worden met steeds hogere kapitaal- en liquiditeitsbuffers, zullen zij nieuwe kredieten tegen hogere marges gaan verstrekken om zo de kosten te kunnen compenseren. Dit zal leiden tot hogere rentevergoedingen, die in lijn komen met de tarieven die bijvoorbeeld op de Amerikaanse US PP markt worden gehanteerd. Het hogere tarief betekent dat het voor pensioenfondsen en verzekeraars steeds aantrekkelijker wordt om actief te worden op het gebied van kredietverlening. Met name deze institutionele partijen zullen zich dan ook opwerpen als nieuwe financiers. Hierdoor zal het spectrum aan financiers verbreden met partijen die de tot dusver geldende rentevergoeding  en de beschikbare liquiditeit in de markt niet toereikend vonden. Dat betekent dat we in Nederland toegaan naar een ‘Amerikaanse situatie’, waarin sprake is van een gediversifieerd aanbod van kapitaalinstrumenten van zowel eigen als vreemd vermogen waarbij diverse partijen zich richten op verschillende onderdelen van de kapitaalstructuur van een bedrijf.”

Op deze manier zijn volgens Veenman in de Verenigde Staten zeer liquide markten ontstaan voor bijvoorbeeld leningen van ondernemingen met een ‘investment grade credit rating’, ‘high yield debt’ (leningen aan ondernemingen met een relatief laag eigen vermogen) en leningen met een sterk achtergesteld karakter (‘mezzanine’).
__________________________________________________________________________________
Rekent u nog op ononderbroken financiering?
Voorziet u een (her)financieringsbehoefte? Het is nu tijd om de alternatieven te onderzoeken en de continuïteit en groei van uw onderneming veilig te stellen. Volg de Masterclass Alternatieve Financieringsvormen. Voorkom risico's en ontdek alternatieve financieringsbronnen. Meld u hier direct aan.
__________________________________________________________________________________

Veenman: “Daarnaast zijn er gespecialiseerde beleggers actief die zelfs eigen vermogen verstrekken aan start-up’s  die een hoog risicogehalte kennen (‘angel investors’). Dit gediversifieerde aanbod aan kapitaal geeft een enorme impuls aan de innovatiekracht van een economie, zoals de Verenigde Staten al decennia lang laat zien met de opkomst van bedrijven zoals Apple, Google, Facebook en Yahoo. Overigens is het duidelijk dat voor een dergelijk aanbod ook betaald moet worden. Voor vergelijkbare kredietrisico’s worden in Amerika op de obligatiemarkten al jaar en dag hogere marges in rekening gebracht dan door de banken in Europa. Daarentegen zijn er instrumenten voorhanden die in Europa op dit moment simpelweg niet bestaan of slechts in zeer beperkte mate aanwezig zijn.”

De introductie van nieuwe financieringsinstrumenten op de Nederlandse markt heeft volgens  Veeman voor de bedrijven wel een aantal gevolgen. Veenman: “Afhankelijk van het type bedrijf zal geïnvesteerd moeten worden in bijvoorbeeld een ratingproces of een verbeterd financieel model waarin de strategie van de onderneming en de aan te trekken financiering is vertaald. Beleggers, zoals banken en alternatieve beleggers, hebben namelijk één ding gemeen. Dat is de beperkte tolerantie voor verassingen en het fluctueren van het bedrijfsresultaat. Een goed stabiel ‘forecasting’ proces dat is gericht op efficiënt gebruik van werkkapitaal is daarbij essentieel. Dit vormt vaak de ruggengraat van het financieel model dat uiteindelijk wordt gebruikt om de maximale en optimale ‘debt capacity’ van een bedrijf te bepalen.”

Bron: KPMG