Wat doen 25.000 zwembaden olie met de dollarkoers?
Woensdagmiddag riep brancheorganisatie IEA de 32 aangesloten landen op om in totaal 400 miljoen vaten aan oliereserves vrij te geven. Dat is meer dan genoeg om ruim 25.000 Olympische zwembaden te vullen en ruim dubbel zoveel als na de Russische aanval op Oekraïne in 2022. Maar is het ook voldoende om de snel stijgende olieprijs weer onder controle te krijgen? Het antwoord voor de korte termijn is ‘ja’.
Alleen al door het vooruitzicht dat IEA een deel van de voorraden zou vrijgeven, is de prijs van een vat Brent-olie sinds maandagmorgen gedaald van ruim 115 naar minder dan 90 dollar per vat. Als de oorlog in Iran nog veel langer duurt, zijn zelfs 400 miljoen vaten niet genoeg om een oliecrisis te voorkomen. Woensdag zijn verschillende schepen in de straat van Hormuz geraakt door raketten die hoogstwaarschijnlijk vanaf Iraans grondgebied zijn afgevuurd.
Voorraadtanks stromen over
In normale tijden wordt ruim een vijfde van de wereldwijde olieproductie door de nauwe zeestraat vervoerd. Volgens cijfers van IMF Portwatch varen er elke dag 60 tot 80 schepen door de Straat van Hormuz, maar sinds begin maart zijn dat er nog maar drie of vier. Voorraadtanks in de regio raken overvol door het gebrek aan afvoermogelijkheden. Onder meer Koeweit en Irak hebben al oliebronnen moeten afsluiten – en dat heeft grote gevolgen.
Het heropstarten van een bron is namelijk niet een simpele druk op een knop, maar een dure, tijdrovende klus. De vraag wanneer een eind komt aan operatie Epic Fury heeft behalve op de prijs bij de benzinepomp ook invloed op valutamarkten. Daar heeft de Amerikaanse dollar de afgelopen week flink terrein gewonnen op de euro en andere munten. De Verenigde Staten zijn namelijk een exporteur van (schaarse) olie, terwijl Europa juist sterk leunt op energie-import.
Goed nieuws voor euro en automobilisten
Het goede nieuws voor (benzine)automobilisten en de euro is dat president Donald Trump maandag vertelde dat Epic Fury ver voorligt op planning en dat er binnenkort een eind komt aan de strijd. Totdat Trump echt de overwinning uitroept en de strijd staakt, deint de dollar mee op zijn opmerkingen over de oorlog. Maar misschien gaat de vergadering van de Federal Reserve daar volgende week verandering in brengen.
Het staat al vast dat de Amerikaanse centrale bank de beleidsrente dan ongewijzigd laat. Hoewel hogere energieprijzen de economische groei afremmen, drijven ze ook de inflatie op. Sinds september is de inflatie gedaald van 3,0 tot 2,4 procent, waardoor er steeds meer ruimte leek te komen voor een renteverlaging. Sinds de aanval op Iran is de kans op een renteverlaging voor de zomer volgens dataverzamelaar Fedwatch gedaald van ruim 75 tot 40 procent.
Verkeerde been
De meeste economen gaan er inmiddels vanuit dat de Federal Reserve pas in september de beleidsrente wat terugschroeft. Het ziet er dus naar uit dat de relatief hoge Amerikaanse rente veel langer in het voordeel van de dollar werkt, dan waar het eerder dit jaar naar uitzag. Voorlopig staat de valutawereld in 2026 bijna net zo pijnlijk op het verkeerde been als twaalf maanden geleden. Indertijd hadden partijen in de verwachting dat Trump de economische groei zou aanjagen positie gekozen voor een dollarstijging.
In plaats daarvan ging de munt door het onvoorspelbare Amerikaanse handelsbeleid onderuit. Met het oog op het aantreden van een meer Trump-gezinde Fed-voorzitter in de persoon van Kevin Warsh, leek de dollardaling zich in 2026 door te zetten. Door de oorlog in Iran, kan er een streep door dat scenario. De belangrijkste les bij het uitstippelen van een goed valutabeleid, is dan ook dat flexibiliteit en bescherming zwaarder wegen dan het uitdenken van mooie scenario’s.