Verwarring bij cybersecurity over verwachtingen en prestaties
Nederlandse organisaties investeren in 2026 stevig in cybersecurity, maar er is onenigheid over de verwachtingen daarbij. 95 procent verhoogt het securitybudget en 74 procent rapporteert een groei met dubbele cijfers. Kunstmatige intelligentie (AI) en automatisering vormen daarbij de belangrijkste aanjager van deze investeringen. Tegelijkertijd laat het onderzoek een duidelijke paradox zien: AI is zowel de belangrijkste reden voor budgetgroei als de eerste uitgave die ter discussie staat wanneer budgetten onder druk komen.
Dat blijkt uit internationale onderzoek uitgevoerd van Exabeam. 44 procent van de respondenten noemt AI en automatisering als belangrijkste driver van budgetgroei. Eenzelfde aandeel zou AI als eerste reduceren bij een verplichte budgetverlaging. Een derde beschouwt AI als de moeilijkst te rechtvaardigen investering richting bestuur of CFO.
In Nederland geeft 30 van de respondenten aan dat AI de snelheid en nauwkeurigheid van security operations nu al verbetert, terwijl bijna tweederde verwacht dat deze impact in 2026 zichtbaar wordt. Nederlandse organisaties investeren, maar willen eerst bewijs zien van structurele meerwaarde.
Opvallend is dat securityteams succes van cybersecurity anders meet dan het bestuurd van bedrijven. Securityteams meten het succes aan de hand van verkorting van de mean time to detect (MTTD), snellere incidentafhandeling en vermindering van de alertvolumes.
Bestuurders en toezichthouders kijken echter naar aantoonbare risicoreductie, beperking van financiële impact en verbetering van bedrijfscontinuïteit en resilience. Dertig procent noemt het gebrek begrip bij de board over het verband tussen cybersecurity en bedrijfsrisico als grootste uitdaging bij budgetverantwoording.
“Een board financiert geen snellere ticketafhandeling,” zegt Kevin Kirkwood, CISO bij Exabeam. “Een board financiert meetbare risicoreductie en versterkte bedrijfsweerbaarheid. Securityteams moeten hun metrics vertalen naar concrete impact op bedrijfscontinuïteit.”