Veilig beleggen heeft een prijs die voor rust wordt betaald
Veel beleggers laten zich leiden door emotie. Stel, je portefeuille schiet omlaag en noteert in een week een verlies van 10 procent. De week erop is van fors herstel sprake en stijgt je portefeuille met 10 procent.
Ben je dan weer terug bij af? Zeker niet. Je kijkt aan tegen een verlies aan van 1 procent. Reken maar mee: 0,9 x 1,1 = 0,99. Om een verlies van 10 procent goed te maken is een winst nodig van zo’n 11 procent. En om een verlies van 25 procent goed te maken is een winst nodig van zo’n 33 procent. Beweeglijkheid vormt als het ware een soort sleepnet dat het rendement omlaag trekt.
Rendement wordt overschat
Bovenstaande verklaart ook waarom toekomstig rendement soms te hoog wordt ingeschat. Stel dat de beurs in het eerste jaar met 30 procent daalt, en in de twee jaren die volgen respectievelijk met 20 procent en 40 procent stijgt. Het gemiddelde lijkt 10 procent per jaar, wat het gemiddelde van de drie percentages is.
De realiteit is minder rooskleurig. Na drie jaar staat de beurs namelijk 17,6 procent in de plus (0,7 x 1,2 x 1,4 = 1,176). Dat is slechts 5,5 procent per jaar. En fors minder dan genoemde 10 procent. Een verlies van 30 procent vereist een winst van zo’n 43 procent om weer terug bij af te zijn.
Onvermijdelijke verliesjaren
Om de onvermijdelijke verliesjaren op de aandelenmarkt te vermijden vluchten beleggers soms naar zogeheten all-weather-portefeuilles. Die bestaan bijvoorbeeld uit een ongeveer gelijke mix van obligaties, aandelen, cash en goud. Het doel? Elk jaar een stabiele plus van bijvoorbeeld 4 procent. Dat is mogelijk net genoeg om inflatie en belasting te compenseren.
Zo’n stabiel rendement oogt veilig. Maar met name wie geld langere tijd niet nodig heeft, doet zichzelf er echter flink mee tekort.
Valkuil van stabiliteit
Vergelijk die stabiele 4 procent met een beweeglijke aandelenportefeuille die het ene jaar 30 procent stijgt en het andere jaar met 7 procent daalt. In de helft van de jaren wordt dan niet enkel relatief slechter gepresteerd dan de conservatieve all-weather-portefeuille maar is ook daadwerkelijk sprake van een negatief jaarrendement (wat bij de all-weather-portefeuilles nooit het geval is). Maar onder de streep rendeert de beweeglijke aandelenportefeuille zo’n 10 procent per jaar.
Dat verschil van 6 procent per jaar lijkt bescheiden, maar op termijn is het effect enorm. Wie met het oog op vermogensbehoud op termijn kiest voor een all-weather-portefeuille is zo bezien juist nogal kortzichtig bezig.
Superieur rendement
De beweeglijkheid tussentijds is niet je vijand, maar de prijs die je betaalt voor een superieur rendement op termijn. Wie die fluctuaties tussentijds verdraagt, eindigt met een vermogen dat uiteindelijk vele malen groter is. Zelfs een paar procent extra rendement per jaar zorgt al voor een aanzienlijk hoger vermogen op termijn.