Sterke renminbi, zwakke economie
Wie alleen naar het koersverloop van de renminbi kijkt, zou denken dat China zijn zaakjes economisch gezien goed op orde heeft. De munt is het afgelopen jaar gestaag sterker geworden en vertoont opvallend weinig nervositeit.
Dat is geen toeval. Een recordoverschot op de handelsbalans en een zorgvuldig gestuurd beleid van de People’s Bank of China (PBOC) geven de renminbi een stabiele opwaartse druk. Maar achter die keurige wisselkoers schuilt een economie die steeds minder op eigen benen staat.
Ook de officiële groeicijfers ademen controle. Volgens de Chinese statistieken groeide de economie in 2025 met precies 5 procent — exact de doelstelling van de Communistische Partij. Op papier een knappe prestatie, zeker gezien de handelsconflicten met de Verenigde Staten en de aanhoudende voorzichtigheid van Chinese huishoudens. Maar zoals zo vaak in China vertellen officiële cijfers slechts een deel van het verhaal.
Exportmachine draait op volle toeren
De kracht van de renminbi is in de eerste plaats een afgeleide van de exportmachine. Vorig jaar steeg het overschot op de handelsbalans met ongeveer 20 procent tot een record van 1,2 biljoen dollar. Minder uitvoer naar de VS werd meer dan gecompenseerd door groei richting Europa en Azië, terwijl de importgroei vrijwel stilviel. Dat overschot levert een constante stroom buitenlandse valuta op, wat de renminbi ondersteunt — zelfs in een economie die intern hapert.
De PBOC speelt daarin een subtiel maar cruciaal spel. Door de munt niet actief te verzwakken, temperde Peking de politieke spanningen met Washington en hield het de kapitaalstromen onder controle. Tegelijkertijd voorkomt de centrale bank dat de renminbi te snel stijgt, om de exportpositie niet te ondermijnen. Het resultaat is een gecontroleerde, kunstmatige stabiliteit. De Chinese munt is sterk genoeg om vertrouwen uit te stralen, maar niet zo sterk dat het pijn doet.
Pijnlijk contrast
Die monetaire rust staat in schril contrast met de situatie van Chinese huishoudens. De jarenlange vastgoedcrisis heeft het belangrijkste vermogensanker van gezinnen aangetast. Lonen groeien nauwelijks mee, baanzekerheid neemt af en de jeugdwerkloosheid blijft hardnekkig hoog. Tijdelijke contracten zijn de norm en grote aankopen worden uitgesteld. Dat de import stagneert, is dan ook minder een teken van kracht dan van binnenlandse zwakte. Daar komt een structureel probleem bovenop: de demografie.
De beroepsbevolking krimpt al jaren, terwijl de vergrijzing versnelt. Volgens Capital Economics liggen de werkelijke groeicijfers vermoedelijk minstens anderhalf procent lager dan officieel wordt gerapporteerd. Een economie die steeds minder arbeid heeft en steeds meer op export leunt, kan zich niet eeuwig achter een sterke munt verschuilen. Voorlopig houdt de renminbi stand. Het is de kunst om niet te vergeten dat de munt een spiegel is van externe overschotten en beleidsmatige beheersing. En dus niet van een gezonde binnenlandse economie.