Schijn bedriegt: waarom de renminbi sterker wordt ondanks China’s tegenwind
Vrijdag keert Artemis 2 terug op aarde. De astronauten aan boord van de Amerikaanse missie zijn de eersten die de achterkant van de maan met eigen ogen hebben gezien. Ruim zes jaar geleden had China echter de primeur om daar een onbemand ruimtevoertuig te laten landen. En in 2024 haalde het land daar zelfs al bodemmonsters vandaan. De lancering van Artemis 2 heeft de ruimterace tussen beide landen dan ook weer behoorlijk op scherp gezet.
De Verenigde Staten mikken erop om in 2028 weer voet op de maan te zetten, terwijl China het vizier op 2030 heeft gericht. In economisch opzicht heeft China de kloof met de Verenigde Staten de afgelopen decennia al voor een groot deel gedicht. De jaren waarin het groeitempo met dubbele cijfers werden geschreven, liggen echter al ver achter ons. Voor het lopende jaar streeft de communistische partij naar een economische groei van 4,5 tot 5 procent. Dat is het laagste niveau sinds 1991.
Bescheiden doelstelling
Helemaal als een verrassing is die bescheiden doelstelling niet. China worstelt nog met de naweeën van een luchtbel op de vastgoedmarkt die enkele jaren geleden knapte. Door de problemen op de huizenmarkt staat ook het consumentenvertrouwen onder druk.
Ondanks de economische uitdagingen, blijft de renmimbi (China’s munt) op valutamarkten goed overeind. Ten opzichte van de dollar is de munt dit jaar met ruim 2 procent gestegen. China staat er namelijk wat beter voor dan de negatieve nieuwsstroom doet vermoeden.
Kwaliteit van de groei belangrijker dan snelheid
Onder president Xi Jinping wordt de kwaliteit van de economische groei steeds belangrijker dan de snelheid. De focus ligt op het vermijden van nieuwe zeepbellen, het aanwakkeren van binnenlandse consumptie en investeren in nieuwe groeimarkten zoals elektrisch rijden en robotica.
In die laatstgenoemde sectoren is de overcapaciteit overigens zo groot dat de prijzen onder druk staan. Hierdoor ligt de inflatie van 1,3 procent in februari een stuk lager dan in de westerse wereld.
Meer manoeuvreerruimte
De People’s Bank of China (PBOC) heeft zo veel meer manoeuvreerruimte dan centrale banken in de ontwikkelde wereld, die voor een lastige keuze staan tussen het aanjagen van een afzwakkende economische groei en het bestrijden van een oplaaiende inflatie. Dankzij het handelsoverschot op de lopende rekening, blijft de vraag naar renminbi hoog.
Bovendien heeft de PBOC een stevige greep op de munt. Voorlopig kiest de centrale bank ervoor om de munt langzaam maar zeker iets op te laten lopen. Dat past goed bij de uitstraling van een sterke, stabiele valuta die het land maar wat graag uitstraalt. De renminbi dankt zijn kracht niet aan snelheid, maar aan controle. In een wereld vol economische onzekerheid is dat misschien wel China’s sterkste wapen.