Rabobank: hoge lonen en weinig R&D remmen productiviteit

Denemarken bewijst dat hoge lonen en groei van productie goed samengaan.

De Nederlandse exportsector laat al sinds 2010 geen productiviteitsgroei meer zien, concludeert Rabobank op basis van eigen onderzoek door de Rabo-economen Hugo Erken, Otto Raspe en Stefan Groot.

Zij vergeleken de Nederlandse economie met die van België en Denemarken, omdat deze landen  op veel punten vergelijkbaar zijn met Nederland: ze hebben logistieke knooppunten met grote zeehavens, een vergelijkbaar klimaat, een gedeelde culturele en institutionele achtergrond en een deels overlappende economische geschiedenis. De Verenigde Staten zijn als graadmeter aan dit rijtje toegevoegd.

Uit het onderzoek blijkt dat het bbp per inwoner in Nederland in internationaal opzicht relatief hoog is. Denemarken, Nederland en België staan op respectievelijk plek 3, 4 en 8 in de lijst van landen met het hoogste bbp per capita (Bruto Binnenlands Product per hoofd van de bevolking) binnen de OESO.

Vooral de hoge participatiegraad verklaart de sterke Nederlandse positie. Het aantal gewerkte uren per werkende ligt echter lager dan in veel andere landen. Het bbp per gewerkt uur ligt lager dan in België, Denemarken en de VS.

Ondanks de stevige loonstijgingen in de afgelopen jaren liggen de loonkosten per eenheid product in de Nederlandse externe sector – het gedeelte van de economie dat blootstaat aan internationale concurrentie – laag ten opzichte van het gemiddelde in de eurozone. Dit wijst op een hoge concurrentiekracht.

Maar de Nederlandse concurrentiepositie is verslechterd ten opzichte van België, Denemarken en de VS. Dit is vooral het gevolg van de achterblijvende productiviteitsgroei. Vooral in de VS en Denemarken staan er tegenover stijgende loonkosten ook een stijgende productiviteit. In Nederland staat de productiviteit al veertien jaar stil.

In de VS bedroeg de productiviteitsgroei gemiddeld 2,5 procent per jaar, in Denemarken 2,1 procent en in België 0,8 procent. Dit maakt de Nederlandse economie kwetsbaar en ondermijnt het toekomstige verdienvermogen, aldus de Rabo-onderzoekers.

Denemarken combineert een hoge productiviteitsgroei met een stabiele loonkostenontwikkeling. Verklaringen hiervoor zijn het functioneren van de Deense arbeidsmarkt, investeringen in technologie en infrastructuur, en de hoge kwaliteit van Deense instituties. Denemarken scoort hoger dan Nederland en België op overheidseffectiviteit, regelgeving en rule of law.

Lagere investeringen in innovatie en kapitaal verklaren deels de lagere productiviteitsprestaties van Nederlandse sectoren ten opzichte van de benchmarklanden. Hoe minder de R&D, hoe kleiner de groei van productiviteit.

Intussen hebben de sinds 2022 sterk gestegen energieprijzen een stevig effect op de productiviteitsontwikkeling, vermoeden de Rabobank-economen. Het verklaart deels waarom de Nederlandse chemie, samen met farmacie de meest productieve sector, in vergelijking tot de andere onderzochte landen terrein verliest.

In alle landen zijn er grote verschillen in productivitit tussen sectoren. Nederlandse sectoren zoals de farmacie, machinebouw, hightech en financiële dienstverlening zijn relatief productief. Diverse industriële en zakelijke dienstensectoren in Nederland kampen juist met een achterblijvende productiviteit en relatief hoge loonkosten. Denemarken heeft juist een concurrentievoordeel in de ICT, de farmaceutische industrie en overige industrie. De VS is extreem concurrerend in de computerindustrie en ICT-diensten en scoort ook hoog in de aardolie‑industrie, delfstoffenwinning en de transportmiddelenindustrie.

 

Gerelateerde artikelen