Laura van Geest (AFM) hekelt wegkijkcultuur in financiële sector
Voorzitter Laura van Geest van toezichthouder AFM, heeft de wegkijkcultuur in de financiële sector aan de kaak gesteld. In een toespraak op een symposium hekelde ze het gebrek aan kritische houding op fouten en misstanden in bestuurskamers.
“We nemen vandaag de dag beslissingen in een tijd van verharding, waarin het gesprek buiten harder wordt, en het gesprek in de bestuurskamer vaak juist zachter”, aldus Van Geest. “We praten voorzichtiger, we formuleren ronder en bewaren de rust, totdat die rust ineens iets blijkt te bedekken.”
Van Geest noemt wegkijken geen karakterfout, maar een reflex. “Een menselijk verschijnsel, omdat ik het overal zie: bij toezichthouders, bij besturen, bij commissarissen, en zo nu en dan ook bij mezelf. Maar wegkijken is nooit neutraal. Ook níet kijken is een keuze, soms zelfs de duurste.”
Verbloemen
Van Geest wees op drie manieren waarop spanning niet wordt uitgesproken, maar wel aanwezig is. De elegantste vorm van wegkijken is volgens haar door het anders te benoemen. “Een risico heet dan een aandachtspunt, terugkerende problemen worden incidentjes, structurele signalen worden operational noise en iets waar we ons ongemakkelijk bij voelen, heet complex.”
Van Geest ziet dit vaak in dossiers over ESG strategie. “Een instelling die jaren glashelder was over haar duurzaamheidsambities begint ineens te praten in termen als balanced, market aligned en efficiency gains. Het werk verschuift niet eens zoveel, maar keuzes worden verbloemd. Er komen nieuwe code woorden om de uiteenlopende stakeholders te vriend te houden.”
Gedogen
De tweede vorm van wegkijken is volgens Van Geest door te gedogen wat eigenlijk wringt. “In de financiële sector zie ik het rond transactiemonitoring tegen witwassen. We weten dat het model piept en kraakt: dat er bias in zit, dat de hitrate laag is, dat legitieme klanten te vaak vastlopen.”
“Iedereen voelt het, maar zolang het systeem niet volledig vastloopt, wordt het geaccepteerd en zien we het nog even aan. Totdat het dossier geen “optimalisatievraagstuk” meer is maar een reputatie-incident. En dan mag iedereen alsnog naar de tekentafel.”
“Hetzelfde gebeurt geregeld bij cyberrisico’s. Er zijn near misses, kleine meldingen, afwijkingen die steeds terugkomen. Allemaal verklaarbaar. Maar samen vormen ze een patroon. En zolang niemand dat patroon hardop benoemt, is gedogen het feitelijk beleid.”
Helemaal niet benoemen
Wegkijken door het onderwerp helemaal niet te benoemen is volgens Van Geest de stilste vorm wegkijken, en de duurste. “Het draait om onderwerpen die iedereen voelt maar niemand agendeert. Omdat iedereen intuïtief weet: Als ik deze put opentrek, dan ben ik de rest van de vergadering bezig met gladstrijken.”
Verzwegen onderwerpen verdwijnen nooit in de la, zo stelt Van Geest. “Ze verdwijnen in de cultuur en daar worden ze groter, stroperiger en duurder. Niet omdat iemand iets fout deed, maar omdat niemand het durfde te zeggen.”
Van Geest verwees in haar toespraak naar onderzoek dat vanuit de AFM is gedaan: commissarissen die kritisch zijn richting een CEO verliezen in sommige raden status of worden uitgesloten van informele afstemming.
Ze wees ook op de kwaliteit van de voorzitter, die ruimte maakt in een bestuursvergadering. “Als die als laatste spreekt, gaat de rest denken. Een goede voorzitter normaliseert twijfel. Dat is geen ruis, maar informatie, het vroege waarschuwingssysteem van de raad. Een goede voorzitter organiseert tegenspraak.”