Het pijnlijke verhaal achter de vrije val van de forint

COLUMN - Valutaspecialist Joost Derks schetst het verval van de Hongaarse munt.

De Oude Tufferbaan in de Efteling is misschien wel het bekendste voorbeeld, maar je hebt er veel meer van: een attractie waar autootjes in een vast parcours rondrijden terwijl het stuur je de illusie geeft dat je nog enige invloed hebt op de rijrichting. Zo moeten de bestuurders van de Magyar Nemzeti Bank (MNB) zich de afgelopen dagen ook gevoeld hebben.

De Hongaarse centrale bank maakte officieel bekend dat de beleidsrente stabiel blijft op 6,25 procent. Maar de economie en het koersverloop van de forint zijn toch echt een speelbal van allerlei andere factoren.

Afhankelijk van de olieprijs
Ook in dit opzicht ligt de vergelijking met een auto voor de hand, want Hongarije is sterk afhankelijk van de olieprijs. Het land heeft een energie-intensieve industrie en leunt daarbij heel erg op buitenlandse energie-import. Hogere energieprijzen verslechteren de handelsbalans, wat ertoe leidt dat de eigen munt onder druk komt te staan.

Een groot deel van de Hongaarse olie- en aardgasleveringen komt bovendien uit Rusland. Dat ligt extra gevoelig sinds de Washington Post begin deze week berichtte dat minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó tijdens EU-toppen gevoelige informatie doorspeelde aan zijn Russische ambtgenoot Sergej Lavrov.

Grote pijn
De grote pijn voor Hongarije zit echter niet in de nauwe banden met de grote buur, maar vooral in de heftige olieprijsstijging door de oorlog in Iran. Een vat Brent-olie kost meer dan 100 dollar, terwijl dat eind februari ongeveer 70 dollar was. Die schok laat zich behoorlijk voelen in de Hongaarse economie.

Behalve via de handelsbalans, gebeurt dat ook via een oplopende inflatie. Die was de afgelopen twaalf maanden mooi gedaald van 5,6 naar 1,4 procent in februari. Economen houden er rekening mee dat er de inflatie in Hongarije in de loop van het jaar oploopt richting 4 procent.

Voorzichtig met renteverlagingen
Een oplaaiende inflatie laat opeens veel minder ruimte voor de MNB om de beleidsrente te verlagen dan waar het aan het begin van 2026 naar uitzag. Ook het koersverloop van de forint geeft aanleiding om voorzichtig te zijn met renteverlagingen. De Hongaarse munt is sinds de eerste aanvallen op Iran met 6 procent gedaald ten opzichte van de euro.

De onzekerheid wordt verder aangewakkerd door de naderende verkiezingen. Op 12 mei kiest het land een nieuw parlement. Volgens peilingen kan de Tisza-partij van uitdager Péter Magyar rekenen op 48 procent van de stemmen.

Forint-rally is nog ver weg
De Fidesz-partij van de zittende premier Viktor Orbán komt niet verder dan 39 procent. Een zege van Tisza zal in ieder geval in Brussel met gejuicht worden ontvangen. Met het veelvuldig uitspreken van veto’s steekt Orbán namelijk regelmatig een stok tussen de spaken van de Europese besluitvorming. De winnaar van de verkiezingen zal de financiële teugels overigens stevig moeten aanhalen.

Het begrotingstekort heeft in de eerste twee maanden van 2026 al 40 procent van het jaardoel behaald. Maar voorlopig wordt de richting van de forint echter sterker bepaald door wat er in Iran gebeurt, dan door de naderende verkiezingen en het MNB-beleid.

Opmars hervatten
Maandag schoot de munt bijvoorbeeld nog met 2 procent omhoog ten opzichte van de euro, nadat de Amerikaanse president Donald Trump aankondigde dat hij gesprekken met Iran wilde aanknopen. Het is echter veel te vroeg om er al op voor te sorteren dat de forint zijn opmars van vorig jaar hervat.

Dankzij de sterke economische groei en relatief hoge beleidsrente, is de munt tussen half april 2025 en eind februari met 9 procent opgelopen. Ondanks een ogenschijnlijk heel aantrekkelijke beleidsrente van 6,25 procent, is een nieuwe rally nog ver weg.

Gerelateerde artikelen