Het dollarrisico is nog veel groter dan de belachelijke aanklacht tegen Powell
In economische kringen gaat de afgelopen dagen heel veel aandacht uit naar de rechtszaak tegen Jerome Powell. De voorzitter van de Amerikaanse centrale bank is gedagvaard omdat hij bij de verbouwing van het Fed-hoofdkantoor buitensporig veel overheidsgeld heeft uitgegeven.
Alle nog in leven zijnde voorgangers van Powell omschrijven de aanklacht als ‘een ongekende poging om via aanvallen van het Openbaar Ministerie de onafhankelijkheid van de Fed te ondermijnen. De huidige voorzitters van elf toonaangevende centrale banken – van de ECB tot aan de Royal Bank of Australia en van de Bank of England tot de Zwitserse SNB – spraken meteen hun steun uit voor Powell.
Maar misschien kwam de meest overtuigende steunbetuiging nog wel van de dollar. De Amerikaanse munt gaf nauwelijks een krimp na het opvallende nieuwsbericht. Ten opzichte van de euro daalde de dollar maandag met nog geen half procent. Die koersschade is bovendien alweer uitgewist.
De dollar geeft een duidelijk signaal af
Die ogenschijnlijke rust is een signaal dat de valutawereld weinig gevaar ziet in de aanval op Powell. Of in de pogingen van de Amerikaanse president Donald Trump om Groenland in te lijven. Of in zijn zinspelingen om de Iraanse demonstranten een helpende hand toe te steken. Door de storm aan politieke en economische bermbrandjes, zou je bijna vergeten dat het woensdag helemaal mis had kunnen gaan voor de dollar. Die dag publiceerde de Amerikaanse Hoge Raad verschillende uitspraken.
Financiële markten hielden heel even hun adem in, maar een beslissing over de rechtsgeldigheid van die handelstarieven die Trump vorig jaar doorvoerde, zat er deze keer niet tussen. Als de hoogste rechtbank een streep zet door de handelsmaatregelen, zijn de gevolgen niet te overzien. In dat geval moeten de Verenigde Staten honderden miljarden dollars aan onterecht ingehouden heffingen compenseren. Het is nog niet duidelijk wanneer de Hoge Raad wel uitspraak doet.
Perfect moment om valutabeleid tegen het licht te houden
In zo’n scenario wordt de deur ook opengezet voor landen om een rekening in te dienen voor de kosten die ze hebben gemaakt om bijvoorbeeld productieprocessen over te hevelen naar de thuismarkt. Als dat gebeurt, valt de dollar waarschijnlijk in één klap terug tot de onderkant van de range van 84 tot 87 eurocent waarin de munt sinds juni beweegt. Bovendien krijgt de rol van veilige haven opnieuw een flinke kras.
De dollar raakte al wat beschadigd door het onvoorspelbare handelsbeleid van Trump en de oplopende Amerikaanse staatsschuld. Wie zaken doet in dollarlanden, doet er verstandig aan om de valutarisico’s goed in te schatten en af te dekken. Door het rustige koersverloop van de afgelopen maanden liggen de kosten van dat indekken relatief laag, terwijl de kans dat de vlam in de pan slaat op valutamarkten juist snel groter wordt.