Hendrik Oude Nijhuis: Waarom de beurs verslaan zo moeilijk is

COLUMN - Veruit de meeste aandelen leveren weinig tot niets op.

Lang niet iedere belegger in individuele aandelen weet de beurs te verslaan. Afgezien van de beleggingsgerelateerde kosten is het zo dat beleggers door hun eigen emoties – in de kern gaat het om angst en hebzucht – telkens weer op het verkeerde been worden gezet. Maar daarnaast is er nog een belangrijke factor die maakt dat de markt maar moeilijk te verslaan is…

Opvallende statistiek!

Professor Hendrik Bessembinder, verbonden aan Arizona State University, deed uitvoerig onderzoek naar het rendement van aandelen in de periode tussen 1926 en 2016. De S&P 500 rendeerde gedurende die periode gemiddeld zo’n 10 procent per jaar, ruim beter dan het rendement van obligaties of de rente op een spaarrekening.

Uit de studie van Bessembinder naar de 26.000 Amerikaanse aandelen in deze periode blijkt dat aandelen wel wat met loten in een loterij gemeen hebben: veruit de meeste aandelen – net als loten in een loterij – blijken namelijk amper of helemaal geen rendement op te leveren.

Al het rendement van de aandelenmarkt tussen 1926 en 2016 blijkt terug te voeren op slechts duizend bedrijven, nog geen 4 procent van het totaal. En slechts 86 aandelen (0,3% van het totaal) blijken verantwoordelijk te zijn geweest voor de helft van al het rendement sinds 1926.

Wie willekeurig een aandeel koopt en vervolgens niets meer doet, heeft maar een heel kleine kans op een positief rendement op termijn. Laat staan dat de beurs verslagen wordt.

Hendrik Bessembinder’s impliciete suggestie voor beleggers is om goed gespreid in een beursindex te beleggen, waar die zeldzame superaandelen in verstopt zitten en die maken dat de beurzen gestaag opwaarts tenderen. Het alternatief is zelf op zoek te gaan naar het selecte gezelschap van superaandelen die goed blijken voor al het beursrendement.

Gerelateerde artikelen