Dure energie in zicht voor voedingsmiddelenindustrie

Bedrijven die hebben verduurzaamd plukken daar de vruchten van.

De voedingsmiddelenindustrie is deels beschermd tegen hogere gas- en elektriciteitsprijzen doordat risico’s met energiecontracten zijn afgedekt. Maar wanneer de energiecontracten later dit jaar aflopen, wordt de sector alsnog geconfronteerd met hogere energieprijzen. Daarvoor waarschuwt ABN AMRO in het rapport De Stand van Food.

Aardgas is met grofweg 70 procent de belangrijkste energiebron in de energiemix van de voedingsmiddelenindustrie. De sector heeft sinds 2022 het energieverbruik met 5,5 procent teruggebracht. Maar extra investeringen in elektrificatie en hernieuwbare energiebronnen zijn noodzakelijk om energieschokken te weerstaan. “Netcongestie, kortlopende afzetcontracten en het uitblijven van rendabele technieken voor energie-intensieve bewerkingsprocessen zoals verdampen en drogen vormen een obstakel voor verduurzaming.”

Bedrijven die hebben geïnvesteerd in verduurzaming profiteren nu elektriciteitsprijzen minder hard stijgen ten opzichte van fossiele brandstoffen, stelt de bank.

Gerelateerde artikelen