Compounders versus kannibalen
Voor wie belegt in individuele aandelen is het van groot belang om zich te verdiepen in de onderliggende bedrijven. Zelf richt ik mij bij voorkeur op compounders: kwaliteitsbedrijven met een heel sterke marktpositie, een aandeelhoudersvriendelijk management en – cruciaal – het vermogen om winsten tegen een hoog rendement te herinvesteren.
Het rekensommetje is dan simpel: stel dat een bedrijf een rendement op het eigen vermogen realiseert van 18 procent. Slaagt het management erin alle winst tegen diezelfde 18 procent te herinvesteren? Dan groeit de winst per aandeel jaarlijks met 18 procent. En blijft de waardering in termen van koers/winst-verhouding gelijk, dan volgt de koers simpelweg die winstgroei.
Het alternatief: beleggen in kannibalen
Soms heeft een bedrijf echter geen ruimte om winst rendabel te herinvesteren. Dat hoeft geen probleem te zijn, mits de waardering laag is en het management stevig inzet op de inkoop van eigen aandelen.
Een bedrijf dat voortdurend inzet op de inkoop van eigen aandelen eet zichzelf als het ware op. Om die reden wordt wel gesproken over kannibalen. Denk bijvoorbeeld aan fintechbedrijf PayPal dat dit jaar – uitgaande van de huidige beurswaarde – van plan is om 15 procent van de eigen aandelen in te kopen.
Stel dat de winst van zo’n bedrijf stabiel blijft, terwijl jaarlijks 15 procent van de eigen aandelen wordt ingekocht en vernietigd. Bij een gelijkblijvende waardering stijgt de winst per aandeel dan met zo’n 18 procent. Dat is in dat geval ook het rendement.
Wat als de koers schommelt?
Bij aandeleninkoop is een dalende waardering een zegen: het bedrijf kan dan immers meer aandelen inkopen, wat de winst per aandeel extra hard aanjaagt. Stijgt de waardering juist? Dan wordt toekomstig rendement als het ware naar voren gehaald en kan een belegger met een fraai rendement uitstappen.
Het enige echte probleem? Dat is een zogeheten value trap: een bedrijf waarvan de winst structureel daalt. Of gekozen wordt voor het beleggen in compounders of kannibalen, de basis blijft hetzelfde: probeer het onderliggende bedrijf goed te begrijpen. Alleen zo verklein je de kans op echte zeperds.