‘ABN AMRO bekendste, maar zeker niet laatste doelwit’

Jan Louis Burggraaf en Karine Kodde representeren de top in overnameadvocatuur. Dat zijn ze respectievelijk voor strategen zoals ABN AMRO en private equity-spelers zoals 3i. Tezamen geven ze hun kijk op een veranderend overnamelandschap. 'We moeten het Nederlandse stakeholdermodel beter verankeren.'

Allen & Overy: één van de grote advocatenkantoren in M&A in Nederland en in de wereld. Burggraaf en Kodde zijn er de representanten van. De een zit meer in strategische deals, terwijl de ander faam heeft gemaakt in de private equity-wereld. Beiden zien ze de toekomst met vertrouwen tegemoet, alhoewel het aantal deals en het dealvolume sinds de zomer langzaam afneemt.

Kodde: ‘Het is er voor ons nog niet echt rustiger op geworden. Wat je wel ziet is dat deals langer duren of worden uitgesteld.’ Mocht er een recessie komen, dan neemt volgens Burggraaf bijvoorbeeld het verschaffen van acquisitiefinancieringen af, maar daar komen andersoortige zaken voor terug. Kortom: voor de advocaat is er altijd werk aan de winkel, in goede, maar ook in slechte tijden.

Burggraaf: ‘Voor nu overheerst in corporate Nederland onzekerheid, eigenlijk dezelfde onzekerheid die je bij consumenten in ons land ziet. Wat gaat de toekomst brengen: recessie of ‘slechts’ een crisis in de financiële sector? Tegelijkertijd moeten we de situatie niet overdrijven. We zitten niet in een recessie en er zijn nog voldoende transacties te doen.’

De reële economie doet het niet slecht, maar de hausse aan overnames is wel over, constateert Kodde. ‘De deals die er zijn, zijn op dit moment vooral van strategen en de kleine en middelgrote private equitypartijen. De echt grote private equity-transacties zijn op dit moment van de baan. Ook strategische partijen zijn na de zomer wat afwachtender geworden, terwijl anderen er juist voor kiezen om op dit moment goede zaken te doen.’


NIEUWE RANGORDE

Beide topadvocaten zien een nieuwe rangorde ontstaan. Kopers uit andere delen van de wereld, waaronder sovereign wealth funds nemen een deel van de dealflow op zich, maar (nog) niet genoeg om de trend in het dalend aantal overnames in het Westen geheel te compenseren.

Kodde: ‘Je ziet dat Aziaten en Arabieren het geld en de durf hebben om zich in de Westerse wereld te begeven. Ze kopen zich in strategische sectoren in, zoals de financiële instellingen in de Verenigde Staten. Of dat wenselijk is? Tot op zekere hoogte. Je mag blij zijn dat ze zijn ingestapt in de noodlijdende banken in de VS, anders waren deze er niet meer geweest. Aan de andere kant moet je bekijken of je wilt dat strategisch belangrijke bedrijven onderdeel worden van een geopolitiek spel of dat het puur om een rechtmatige investering gaat op basis van louter economische en financiële criteria.’

Volgens Burggraaf moeten we de invloed van de staatsinvesteringsfondsen niet overdrijven. Ook is het volgens hem nog niet zo dat landen als China en India in de economische rangorde al aan kop staan. ‘De VS zijn nog steeds de onbetwiste nummer één en achter die economie zit een enorme kracht en dynamiek. Het is voor de Amerikanen te hopen dat ze in de financiële sector de zaak weer snel op orde krijgen.’

Uit eigen ervaring vertelt Burggraaf over zijn ervaringen met Chinezen aan de onderhandelingstafel. ‘Moeilijk genoeg. Je wilt als dienstverlener niets zeggen of doen wat het onderhandelingsproces kan verstoren, maar in cultuur- en taalbarrières gaat veel informatie en nuance verloren.’ Burggraaf en Kodde zijn kind aan huis bij grote namen zoals ABN AMRO, KLM-Air France en 3i. Hoe kom je aan tafel?

Burgraaf: ‘Zonder juridische kennis begin je niets. Dat is de basis. Daarnaast komt er strategisch inzicht en dealmanagement bij kijken. Als laatste, maar zeker niet het onbelangrijkste punt: je moet gewoon plezierig zijn om mee te werken. Veel hangt in deze business af van gunnen. Heb je deze elementen onder controle en je maakt naam, dan weten bestaande en gelukkig ook nieuwe cliënten je te vinden.. Los daarvan en even belangrijk is dat we een prachtig, hardwerkend en inhoudelijk sterk Nederlands team en een internationaal goed geëquipeerd kantorennetwerk achter ons hebben staan.’

Zonder dat kun je niet functioneren, voegt Kodde daaraan toe. ‘We zijn voor partijen die ons inschakelen een safe bet. Niet in de zin van dat we voorspelbaar zijn, maar we hebben de elementen en de ervaring waarmee we tijdens deals de kar kunnen trekken en het verschil kunnen maken.’

Burggraaf wordt alom gelauwerd. Meerdere malen won hij de titel Best M&A Lawyer. Begint het te wennen? ‘Nee, absoluut niet. Een erkenning van vakbroeders, collega’s of van klanten is altijd welkom. Allen & Overy staat er toch maar weer, is mijn reactie. Ik ben er dankbaar voor, maar deel de credits uiteraard met het team. Ik kan een deal simpelweg niet in mijn eentje doen.’

INBREUK
Het vak van overnameadviseur is een zware inbreuk op het privéleven. Als strenggelovig man is het voor Burggraaf soms slikken. ‘We zijn onderdeel van een wereldeconomie die niet stilstaat. Daar onttrek ik me niet aan. Ik maak er volop deel van uit. Het is een voordeel dat je, naarmate de jaren toenemen, iets selectiever kunt worden in wat je wanneer doet, maar dan nog komt het er op neer dat je soms ook op zondag aan de slag moet. Het is verantwoordelijk werk, zoals in het geval van het mogelijk afwenden van het faillissement van Fokker of het bijstaan van ABN AMRO. Op dat soort momenten denk ik vanuit mijn christelijke waarden bij mezelf: ik doe er beter aan wel te gaan dan niet. De betreffende cliënt kan tenslotte op een cruciale momenten niet in de steek worden gelaten. Dat kan de bedoeling niet zijn.’

De belasting van mensen in het vak komt met pieken en dalen, weet Kodde. ‘Na een piekbelasting moet je zorgen dat je een verplicht rustmoment houdt. Cultiveer niet dat je tot negen uur nog moet blijven zitten, omdat men je anders ziet als een slecht advocaat. In Amerika zie ik dat wel gebeuren. Daar zaten advocaten tot aan negen uur achter hun bureau om vooral te laten zien hoe goed ze bezig waren voor leidinggevenden. Met hard werken is niets mis, maar dit gaat me te ver. Je moet op tijd weten wanneer je moet pieken en wanneer je rust moet nemen.’

Het beeld van opkoopfondsen wordt volgens Kodde vooral door de media geschapen. ‘Ik snap dat het leuk bekt, maar private equitypartijen zadelen bedrijven in de meeste gevallen helemaal niet op met teveel schuld. De voorbeelden die worden genoemd zoals HEMA, hebben wellicht een ambitieus groeiplan, maar ze zijn niet omgevallen.

Het plan is nog niet ten uitvoer gebracht, dus kun je ook geen eindoordeel geven over de bemoeienis van private equity. PCM wordt algemeen aangehaald als voorbeeld van een onderneming die heeft geleden onder de participatie van een investeringsmaatschappij. Allereerst waren daar andere problemen die weinig te maken hadden met de investering door de private equity-maatschappij. En ten tweede was het schuldniveau daar helemaal niet zo hoog. Als laatste merk ik op dat private equity zuiverend werkt.

Het snijdt daar waar strategen zelf vaak niet willen snijden en het zorgt er zo voor dat het bedrijfsleven onder haar hoede gezond blijft en zelfs florerend wordt. Ze hebben veelal een agressiever financieringsmodel dan strategen kunnen en mogen hebben. Altijd liggen er goede businessplannen ten grondslag aan een investering. Daarom is het te vroeg om nu al bij bedrijven als Van Gansewinkel en HEMA de balans op te maken.’

Volgens Burggraaf financiert 90 procent van het private equity de onderneming met slechts 50 procent geleend geld. ‘Een veelal gezonde verhouding’, aldus de overnameadviseur.

OP DE SCHOP
Burggraaf hekelt het overboord gooien van het oer-Nederlandse stakeholdersmodel begin deze eeuw. ‘We hebben die verhoudingen aan de kant geschoven zonder er, ook juridisch gezien, iets eenduidigs voor in de plaats te krijgen. Beschermingswallen gingen op de schop, terwijl er nog nooit een goede deal niet is doorgegaan omdat er een wal was. We werden onderdeel, eigenlijk speelbal, van de internationale kapitaalmarkt. Die situatie moet rechtgezet worden, want anders is ABN AMRO het bekendste, maar zeker niet het laatste slachtoffer van de macht van de willekeur van het kortstondige geld.’

Het is volgens hem ‘bizar’ dat de beslissingsbevoegdheid van Raden van Bestuur en Raden van Commissarissen op deze wijze feitelijk is aangetast door activistische aandeelhouders. ‘Zij stemmen met de portemonnee, hebben nauwelijks een band met de onderneming en kijken puur naar de korte termijn waarin ze financieel hun slag willen slaan.’

Burggraaf maakte als adviseur van ABN AMRO de overnamestrijd van dichtbij mee en noemt de uitkomst ‘om verdrietig van te worden.’ Dat betreft eveneens de commotie rondom de overnamebonus die bijvoorbeeld Groenink meekreeg.

‘De heer Groenink en de zijnen wilden met het oog op het belang van ABN AMRO de consortiumvariant niet. Zij kozen voor Barclays, waarmee een rollover van de opties naar Barclays was afgesproken. Groenink had er zo geen cent in cash aan verdiend. Over dat aspect heb ik in de media niets, maar dan ook helemaal niets, gehoord. Bij de heer Groenink stond het eigen belang bij wijze van spreken ergens op de achtste plaats, echt niet eerder. Hij kan best zijn eigen boontjes doppen, maar ik vind dat er in de media teveel op de man werd gespeeld. Schandalig jegens de persoon en schadelijk voor Nederland.’

Volgens beide topadvocaten moet er een tegenwicht komen tegen het pure korte termijn louter financieel gedreven shareholdersmodel. Kodde: ‘Het is goed dat daar in Den Haag verder over wordt nagedacht.’ Burggraaf pleit voor het beter verankeren van het stakeholdersmodel. ‘Kom op voor Nederlandse belangen. Ik vind het ronduit vreemd dat de heer Nout Wellink van De Nederlandsche Bank door Brussel ter verantwoording werd geroepen toen hij over dit onderwerp iets zei. Dat terwijl een Franse minister alle ruimte nam en blijkbaar kreeg om te vertellen tegen journalisten dat Société Générale geen onderwerp van een vijandige bieding kon zijn. Op zijn minst is die ongelijkheid vreemd. Waarom gooien wij onze economie zo ondoordacht, ongebalanceerd en naïef open?’

F&O FACTS JAN LOUIS BURGGRAAF
Jan Louis Burggraaf (44) is advocaat en compagnon en geeft mede leiding aan de ondernemingsrechtpraktijk van het internationale advocatenkantoor Allen & Overy LLP. Burggraaf heeft ruime ervaring in fusies en overnames, inclusief management- en leveraged buy outs en in het bijzonder openbare biedingen. De meeste transacties waarbij hij is betrokken, zijn grensoverschrijdend. Jan Louis studeerde cum laude af in zowel Nederlands recht als Internationaal recht aan de Universiteit van Utrecht (1991). Voorts volgde hij onderwijs aan de London School of Economics, de University of Edinburgh en Harvard Law School. In 1998 en 1999 was hij in New York werkzaam bij het kantoor Cravath, Swaine & Moore. In 2004, 2005, 2006 en 2007 werd Jan Louis gekozen tot beste fusie- en overname advocaat van Nederland.

KARINE KODDE
Karine Kodde (40) is eveneens advocaat en compagnon bij Allen & Overy. Zij behartigt regelmatig de belangen van internationale en nationale private equity-partijen en assisteert daarnaast andere financiële instellingen en ook private ondernemingen op het gebied van overnames en verkopen. Van 1992 tot 1998 werkte Kodde voor Loeff Claeys Verbeke en in 1998 en 1999 trad ze aan als medewerker van de fusie- en overnamepraktijk van Simpson Thacher & Bartlett in New York. Daarna kwam ze bij Allen & Overy in dienst. Kodde studeerde rechten aan de University of Chicago en recht en economie aan de Universiteiten van Gent en of Oxford. Het Nederlands recht kreeg ze onder de knie bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Gerelateerde artikelen