7 lessen van Vesteda: wat als beleggers de uitgang zoeken?
Beleggers in woningbelegger Vesteda hebben het bedrijf weer wat financiële lucht gegeven, nadat ze hebben ingestemd met een pakket maatregelen. Het bedrijf belegt in woningen met geld van bijvoorbeeld pensioenfondsen en verzekeraars.
1. Het sentiment kan heel snel omslaan
Begin maart meldde Vesteda dat vrijwel alle investeerders hebben aangegeven dat ze hun financiële belang in het fonds geheel of gedeeltelijk willen afbouwen. De totale waarde daarvan bedraagt 4,1 miljard euro, de helft van de hele portefeuille. Gisteren leek de grootste commerciële woningbelegger van Nederland nog verder onder financiële druk te komen, waardoor mogelijk een deel van de woningportefeuille verkocht zou moeten worden.
2. De aanleiding kan buiten de organisatie liggen
Als investeerders opeens willen uitstappen, betekent het niet per sé dat de organisatie iets fout heeft gedaan. In het geval van Vesteda wordt gewezen naar veranderende fiscale omstandigheden. Door onder meer veranderde belastingregels zijn investeringen in woningverhuur minder aantrekkelijk geworden voor beleggers.
3. Bij het instappen van investeerders gelden voorwaarden waar risico’s aan verbonden zijn
Momenteel kunnen obligatiehouders van Vesteda het door hen uitgeleende geld opeisen wanneer Vesteda stopt met een ‘substantieel’ deel van zijn bedrijfsactiviteiten; bijvoorbeeld als Vesteda veel woningen moet verkopen. Vestede heeft het nodig om nu een deel van de woningen te verkopen, om obligatiehouders af te kopen.
5. Investeerders zorgen voor groei, maar er kan ook afhankelijkheid ontstaan
Vaak zit geïnvesteerd geld in groei en duurt het een tijdje voordat dit weer terugverdiend wordt. Een bedrijf is een poosje later wel wel in staat om obligatiehouders af te kopen, maar niet als ze opeens massaal de uitgang zoeken. Een flink deel van de business kan dan op de toch komen te staan. Daar is bij Vesteda sprake van. Het concern heeft circa 28.000 woningen in portefeuille, met een totale waarde van 9,4 miljard euro, waarvan bijna de helft van investeerders komt.
6. Onderhandelen kan zeker soelaas bieden
Elk bedrijf weet dat er minder te verhalen valt op failliete bedrijven. Het is daarom altijd het proberen waard om investeerders een voorstel voor te leggen dat het bedrijf kan redden. Dat heeft Vesteda ook gedaan en dat is (voorlopig) gelukt. De verplichting om binnen achttien maanden een deel van de verzoeken (om de belegging af te bouwen) uit te voeren, wordt vervangen door een extra toezegging om te proberen bepaalde resultaten te halen, een zogenoemde inspanningsverplichting. Daarnaast wordt de periode voor volledige afwikkeling verlengd van 36 naar 60 maanden.
7. Beleggers die weg willen staan gaan niet zomaar akkoord
Het vertrouwen is vaak weg als beleggers weg willen. De bereidheid om ze te paaien met een voorstel is dan ook niet bij voorbaat kansrijk. Gisteren leek de financiële druk bij Vesteda nog verder toe te nemen, nadat het bedrijf te weinig steun kreeg van obligatiehouders voor een voorstel dat moet voorkomen dat zij hun geld kunnen opeisen.