William Bontes (CFO RET) over sociaal kapitaal: "Onderschat tijdsbeslag niet"

Van CFO's wordt tegenwoordig maatschappelijke betrokkenheid verwacht. Naast zijn functie als CFO van de RET houdt William Bontes zich sinds drie jaar in een toezichthoudende rol bezig met kinderopvang en onderwijs bij Stichting WereldKidz, een bundeling van vijfentwintig scholen in het primaire onderwijs in Utrecht en omgeving, en de Stichting Kinderopvang Barendrecht.


“WereldKidz staat voor hoogwaardig onderwijs met een sterk accent op vernieuwing met veel aandacht voor Engels en ICTontwikkelingen. We willen vernieuwende onderwijsconcepten bieden die aansluiten op de ontwikkelingen in de samenleving”, aldus Bontes.

Stichting Kinderopvang Barendrecht is een relatief kleine organisatie met een omzet van 9 miljoen euro per jaar en 200 werknemers. Bontes werd drie jaar geleden benaderd via een searchbureau. “Ik had al enige tijd belangstelling voor toezichthoudende rollen bij verschillende organisaties. Ik ben me ook echt in de commissarissenrol gaan verdiepen en heb een specifieke commissarissenopleiding gevolgd aan Nyenrode. Ik heb bewust gekozen voor organisaties waarmee ik affiniteit heb. Ik heb zelf twee kleine kinderen en vind kinderopvang en onderwijs erg belangrijk. Mijn kinderen zijn naar de crèche geweest en dan krijg je daar automatisch meer belangstelling voor en ga je kijken: wat gebeurt er nou en hoe kijken ze naar een klant? Het is erg boeiend dat ik daar nu als toezichthouder een bijdrage aan kan leveren.”

Meer klantgericht denken en meer oog voor commercie vormen volgens Bontes zijn toegevoegde waarde voor de organisaties waarop hij toezicht houdt. “Deze organisaties zijn nog heel erg gericht op de maatschappelijke bijdrage die ze leveren. Het onderwijs kijkt vooral naar de kwaliteit van onderwijs en is erg inhoudelijk gericht. Als toezichthouder probeer ik de organisatie te leren denken vanuit een klantperspectief: verplaats je in die ouders die ’s ochtend komen en hun kinderen brengen, die zijn belangrijk. Het zijn organisaties die traditioneel niet gewend zijn commercieel te opereren, maar zeker kinderopvang is een commercieel product. Je kunt als ouder kiezen uit verschillende opvangmogelijkheden en waarom breng je je kind nu juist naar die ene kinderopvang? Dat is voor veel organisaties nieuw, ze zijn erg gefocust op hun sociaalmaatschappelijke rol en ik vind dat ze commerciëler moeten denken, beter hun positionering moeten bepalen en hun toegevoegde waarde duidelijk maken.”

Bontes erkent dat het streven naar een meer bedrijfsmatige aanpak in het onderwijs ook kan doorschieten. “Dat spanningsveld moet je als toezichthouder heel goed bewaken.” Als CFO was het voor Bontes even wennen dat de zakelijke en bedrijfsmatige kant van ondergeschikt belang waren in de onderwijsorganisatie. “Het gaat vooral over onderwijs en al het andere, zoals de interne beheersing en interne organisatie, is een beetje ondergeschikt. Misschien heeft het ook wel te maken met mijn achtergrond; ik heb vijfentwintig jaar alleen in een zakelijke omgeving gewerkt. In het begin was ik geneigd het onderwijs te zien als een bedrijf, en dat is het natuurlijk niet. Ik heb moeten leren denken vanuit de sociaalmaatschappelijke onderwijskant en met mij als toezichthouder moet de organisatie wat meer opschuiven naar de bedrijfsmatige kant, dat geeft een leuke mix.”

Een van de zaken die vaak worden onderschat, ook door Bontes, is volgens hem het tijdsbeslag van een toezichthoudende rol. “Heel formeel heb je vijf vergaderingen per jaar, maar er komt additioneel best nog veel bij kijken. Dan moet je denken aan additioneel een gesprek met de or, een keer per jaar een diner met het bestuur en de raad van toezicht, en de jaarlijkse beoordeling van de directeur. In de praktijk moet je er toch acht tot negen keer per jaar heen. Daarbij komt het lezen van stukken. Per toezichthoudende rol kost het mij een dag per maand.”

Het is bovendien niet zo dat het toezicht op een kleine organisatie minder tijd vergt. “In de kinderopvang staan de inkomsten onder druk. Ouders stoppen met werken of worden werkloos en halen hun kind van de kinderopvang. Door de crisis spelen hier grote kwesties en daar moet je als toezichthouder je verantwoordelijkheid in nemen. Dat kost tijd.” Belangrijk is volgens Bontes dat je er iets voor jezelf uit kunt halen.

“Het moet een gevoel opleveren dat je een maatschappelijke bijdrage kunt leveren en persoonlijk haal ik voldoening uit de mogelijkheid om toegevoegde waarde te leveren. Het gevoel dat er naar mij geluisterd wordt en dat ik daarmee de organisatie verder kan brengen, daar haal ik energie uit. Die energie moet overigens ook komen uit de goede samenwerking met collega-toezichthouders.” De rol van toezichthouder bij een stichting kan volgens Bontes heel intensief zijn, ook al is het maar bij een kleine organisatie.

“Een onderneming heeft een raad van bestuur, commissarissen en aandeelhouders. Bij deze stichtingen, zowel bij de scholen als in de kinderopvang, zit geen aandeelhouder. Je bent als raad van toezicht het laatste station in de governance. Daarmee ben je ook werkgever van het bestuur, en zeker in spannende tijden kan dat serieuze consequenties hebben. Je moet toch zware beslissingen nemen die gevolgen hebben voor veel mensen en de organisatie.”