Wilco van Wijck van het Rode Kruis, over de complexiteit van finance in een goededoelenorganisatie.

Financieel directeuren moeten steeds meer verantwoording afleggen. Dat is ook een risico, stelt Wilco van Wijck, hoofd Finance & Control van het Rode Kruis. “Hoe opener de zaken op tafel liggen, des te kwetsbaarder de organisatie zich maakt.”

“Niet elke financieel specialist past bij een goededoelenorganisatie”, zegt Wilco van Wijck. “Het gaat hier om meer dan alleen debet en credit; compassie en hulpverlening zijn van wezenlijk belang voor een goededoelenorganisatie. Als financiële eindverantwoordelijke moet je begrijpen waar een hulpvraag vandaan komt en niet alleen kijken of die past binnen de financiële voorwaarden.”

Wilco van Wijck werkt meer dan twintig jaar bij het Rode Kruis, waar hij als jochie reeds vrijwilliger was. De voormalige accountant bekleedt sinds drie jaar de functie hoofd Finance & Control en is lid van het MT, de enige financial in een omgeving van hulpverleners. Zijn loopbaan begon hij in de samenstelpraktijk van Paardekooper & Hoffman, de Nederlandse voorloper van accountantskantoor Mazars.

“Als ik was gebleven had ik misschien wel kunnen doorgroeien tot partner. Het vak is een roeping die blijft, maar ik sta niet meer ingeschreven als accountant. Toch kun je accountancy ook beoefenen in een non-profitorganisatie, ook al zit je dan aan de andere kant van de tafel als de externe accountant.”

“Hier heb ik in grote mate een veto over de financiën. Als financieel geweten ben ik degene die het bij elk voorstel heeft over de risicoparagraaf.”

De grootste zorg van het hoofd Finance & Control is dat de inkomsten overeind blijven en de uitgaven doelmatig worden ingezet. Tot zover lijkt het Rode Kruis in financieel opzicht op een doorsnee bedrijf. Maar al gauw gaat de vergelijking mank, want het Rode Kruis genereert geen omzet uit diensten en producten. Inkomsten komen uit donaties, subsidies en nalatenschappen. Het geld wordt nauwelijks geïnvesteerd in de organisatie, expertise of innovatie, maar gaat grotendeels op aan hulpverlening.

Bezien door die bril beleefde het Rode Kruis vorig in 2020 een bijzonder jaar. De Covid-crisis heeft geleid tot de grootste noodhulpoperatie sinds de watersnoodramp in 1953. De donaties stroomden binnen. De inkomsten verdubbelden van 88,5 miljoen in 2019 tot 156 vorig jaar. De uitgaven stegen mee, van ruim 100 miljoen in 2019 tot 133,5 miljoen in 2020.

“Tot nu toe is de reguliere fondswerving ons gunstig gezind”, zegt Van Wijck. “We ondersteunen het vaccineren, we delen boodschappenkaarten uit en regelen onderdak voor dak- en thuislozen.”

Toch zijn rampen niet per definitie kassa voor het Rode Kruis, benadrukt Van Wijck. Donateurs, overheden een particulieren moeten overtuigd zijn van de urgentie van de hulpverlening. Blijven de donaties uit, dan kan het Rode Kruis niet zomaar gaan snoeien in de hulp. De eigen agenda staat grotendeels los van de donaties.

“Voor mij is de spanning of we op het juiste moment genoeg geld binnenkrijgen voor onze hulpverlening. Niet zozeer vanwege de liquiditeit, maar om de gevolgen voor onze reserves. Het is mijn taak om onze doelen en ambities te matchen met onze financiële middelen. Bij elk hulpproject weeg ik af of dat financieel verantwoord is. Soms zeg ik nee.”

Soms wijst het Rode Kruis donaties af, ook al komt dat zelden voor. Bijvoorbeeld als de voorwaarden niet aansluiten bij de beginselen van de organisatie. “Dan moet je denken aan een eis om hulp aan slechts een van de getroffen partijen te bieden. Onafhankelijkheid is een van onze grondbeginselen. Wij bepalen zelf welke hulpverlening wij nodig vinden en zoeken daar financiering voor. Is er geen donor of overheid beschikbaar, dan financieren we uit onze reserves, daar zijn ze voor bedoeld. Maar we roepen ook de hulp in van burgers en bedrijven. We hebben grote ambities, die we slechts gedeeltelijk kunnen financieren vanuit onze reserves.”

Zichtbaarheid is daarbij zowel de succes- als de risicofactor van het Rode Kruis, legt Van Wijck uit. “Financials zijn niet altijd het beste in communiceren, maar moeten het toch doen, net als wij. Bedrijven en particulieren doneren vooral als ze ons aan het werk zien, bijvoorbeeld tijdens de pandemie, als we helpen bij vaccinatieprogramma’s, psychosociale ondersteuning bieden, boodschappenkaarten uitdelen en onderdak regelen of EHBO verlenen. Het is belangrijk dat we dit niet alleen vertellen, maar ook laten zien.”

“Dit is waarom ik in mijn financiële functie zoveel tijd besteed aan communicatie. Continu moeten we duidelijk maken hoe we onze middelen inzetten, daar hoort bij dat je moet rapporteren en transparant zijn. Hoe beter wij dit doen, des te beter dat is voor onze fondsenwerving.”

Transparantie heeft echter ook een keerzijde, vervolgt Van Wijck. Hoe groter het inzicht in de hulpverlening, hoe meer donoren de neiging hebben om daar hun eigen voorwaarden aan te verbinden. “Het is niet zo dat we even een briefje sturen naar een ministerie en dan geld krijgen voor de hulpverlening. Eisen van donoren zijn de laatste jaren toegenomen.”

Communicatie is bij het Rode Kruis tegelijk ook de grootste risicofactor. Hoe opener de zaken rond hulptrajecten op tafel liggen, des te kwetsbaarder de organisatie zich maakt. “Begaan wij een misstap met onze hulpverlening of de besteding van middelen, dan zijn er 17 miljoen mensen die daar wat van vinden”, vervolgt Van Wijck.

“Ik heb bij ons niet meegemaakt dat er publicitair iets misging, maar bij andere goededoelenorganisaties zijn er wel cases waarvan ik de gevolgen heb gezien. Die werken meteen door in de fondsenwerving. Continu moeten we alert zijn of we kunnen waarmaken wat we toezeggen, of we genoeg vrijwilligers hebben, of we ons werk goed doen.”

“De eenvoudige vertaling hiervan is dat we werken als een soort aannemer, waarbij we een verplichting aangaan en dat we het ministerie als opdrachtgever meenemen in de voortgang van onze uitvoering.”

“Het gaat niet alleen om het financiële plaatje, maar ook om de impact van een bepaalde bijdrage. Bij het uitdelen van voedsel zorg je niet alleen dat je honger bestrijdt, maar dat mensen ook weer in staat zijn om helder te denken. We willen dit soort resultaten zo helder mogelijk zichtbaar maken.”

“Daarbij is het zoeken naar de balans tussen inzet en resultaat. We moeten ook onze eigen organisatie blijven ontwikkelen. Zo hebben wij een app ontwikkeld waarin vrijwilligers hun beschikbaarheid kunnen aangeven. Zo’n investering voelt tegendraads, omdat je geld uitgeeft voor je eigen organisatie in plaats van voor de hulpverlening.”

“Maar zo’n beslissing is een kwestie van gezond verstand. Zonder app zouden we afhankelijk blijven van papier en Excel, wat de nodige menskracht in beslag neemt. Veel van onze mensen maken lange dagen, ik wil niet dat die opgaan aan administratieve beslommeringen. Een lagere werkdruk en een efficiëntere tijdbesteding passen wat dat betreft in onze strategische doelen. Ook zo’n afweging hoort bij een gezonde financiële bedrijfsvoering.”