Van de huidige pensioencontracten is zo'n 40% per 1 januari 2014 bovenmatig. Dit blijkt uit onderzoek van pensioenadviseur Aon Hewitt. Werkgevers die hun regelingen niet aanpassen aan de gewijzigde wet- en regelgeving rond pensioenen, lopen het risico dat er meer pensioen wordt opgebouwd dan fiscaal is toegestaan.


In de whitepaper ‘Pensioenen op de schop’, die vandaag verschijnt, adviseert Aon Hewitt werkgevers hun opties in kaart te brengen en daarbij eventueel verder te gaan dan alleen het wettelijk noodzakelijke.

De politieke maatregelen om de AOW en pensioenen goed betaalbaar te houden, hebben veel gevolgen voor ondernemers. Zij kunnen de wetswijzigingen op verschillende niveaus oppakken, stelt Aon Hewitt in de whitepaper. Op welk niveau organisaties de wijzigingen ook doorvoeren, zij moeten er niet te lang mee wachten, anders lopen zij het risico bovenmatige pensioenafspraken te hebben.

De fiscale mogelijkheden voor pensioenopbouw worden steeds verder beperkt. Steeds meer bedrijven zullen hun pensioenregelingen hierop moeten aanpassen. De nieuwe regels betekenen onder meer een aanpassing van de fiscale kaders voor de opbouw van pensioen. Voor zowel eindloon- als middelloonregelingen en beschikbare premieregelingen geldt dat de maximale opbouwpercentages per 1 januari 2014 omlaag gaan. In het regeerakkoord hebben VVD en PvdA afgesproken deze in 2015 nog verder te verlagen.


Verschillende pensioendata
Aanpassing van de pensioenregeling vereist echter grondige kennis van de nieuwe wet- en regelgeving. Zo gaat de AOW-leeftijd geleidelijk omhoog, maar wordt de fiscale pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2014 in één keer verhoogd naar 67 jaar. Deze nieuwe pensioenrichtleeftijd geldt alleen voor nieuwe pensioenafspraken. Oude afspraken blijven staan. In de praktijk zorgt dit ervoor dat werknemers een pensioen krijgen met verschillende pensioendata: een deel wordt uitgekeerd vanaf het 65e levensjaar en een ander deel vanaf het 67e levensjaar.

Werkgevers hebben verschillende mogelijkheden om met deze mismatch om te gaan. Iedere oplossing heeft zijn eigen voor- en nadelen. Bovendien gelden voor verschillende pensioenregelingen andere regels. Aon Hewitt adviseert werkgevers de oplossingen te inventariseren en tijdig actie te ondernemen. Daarbij zijn niet alleen bekende wijzigingen van belang, maar ook de politieke voornemens voor 2015.


Korting op WW en WIA
De afwegingen die werkgevers moeten maken, strekken verder dan alleen aanpassing van pensioenregeling. De wijzigingen hebben namelijk ook gevolgen voor WW- en WIA-uitkeringen. Afhankelijk van de keuze van de werkgever kan dat inhouden dat werknemers worden gekort op hun uitkering. Als de pensioenregeling is ondergebracht bij een verzekeraar, kan er bovendien sprake zijn van administratieve en contractuele beperkingen.

Verder roepen de wijzigingen vragen op voor andere groepen, zoals deelnemers met prepensioen, VUT of arbeidsongeschiktheidspensioen of tijdelijk partnerpensioen (ANW-hiaatpensioen). Voor hen stopt veelal de uitkering op de eerste dag van de maand waarin zij 65 jaar worden en er is geen geld gereserveerd om deze uitkering tot de verhoogde AOW-leeftijd uit te keren. Dat zorgt dus voor een tijdelijke inkomensterugval.

Bron: Aon