Overal staan bouwsteigers en vaklui hebben volop werk. Toch gaan veel bouwbedrijven failliet. Wat kunnen alle financials hiervan leren?

Het aantal faillissementen ligt in sommige bouwsectoren tientallen procenten hoger dan in januari. Die maand vielen 79 ondernemingen om, maar in juni en juli (de laatste cijfers van het CBS) was dat al gestegen naar 97 en 88 faillissementen. Wat zijn de oorzaken?

1 Stijging materiaalprijzen

Bouwbedrijven die één à twee jaar geleden een offerte hebben gedaan, krijgen dit jaar te maken met hogere prijzen voor materialen, zoals stenen, hout, heipalen en staal, zegt Remco Michielsen, curator-advocaat bij Van As Advocaten in Uden.
Michielsen: “Begin dit jaar hadden we als kantoor doorgaans één faillissement van een bouwbedrijf. Nu ben ik met een collega bezig met twee faillissementen tegelijk.” Hogere materiaalprijzen tikken snel aan, want in de bouwsector zijn de winstmarges altijd dun. “De marge loopt snel weg.” Directeur Rob de Groot van stichting Bouwgarant, dat de kwaliteit van bouwbedrijven controleert, zegt dat de prijzen van materiaal dit jaar 10 à 20 procent zijn gestegen.

2 Oplopende arbeidskosten

Ook de loonkosten lopen op. “Door het tekort aan personeel moeten bouwbedrijven zzp’ers aannemen die veel duurder zijn”, ziet Michielsen. “Een bouwvakker in vaste dienst verdient 2000 à 2500 euro bruto per maand, een zzp’er 45 euro per uur: dat is drie keer zo duur. Bovendien lopen zzp’ers vrij makkelijk over naar een bouwer die 5 euro meer biedt.

3 Opdrachtgevers betalen later

Wanbetaling komt steeds vaker voor, zegt Michielsen. Meestal vanwege een ruzie over de kwaliteit of te late oplevering van een bouwwerk. Dat betekent niet alleen dat er door de procedure geen geld binnenkomt, maar ook dat de aannemer contractueel vastgelegde boetes moet betalen.
Die boetes kunnen fors oplopen. Michielsen: “Dat kan een vast bedrag zijn of een percentage van de bouwsom. Te late oplevering kan je 5 à 20 procent van je aanneemsom kosten. Dan loopt dus je hele marge weg. Zeker als daar die oplopende materiaal- en arbeidskosten bij komen.”


De Groot: “Particulieren krijgen globaal 75 euro per dag als hun huis te laat wordt opgeleverd. Als je een woonblok hebt van twintig woningen en je bent twee maanden te laat, kost dat veel. Bouwers overschrijden vaak de opleveringsdatum, omdat materiaal ook later wordt geleverd. Hetzelfde geldt voor personeel: schaars en duur. Installateurs en stucadoren zitten bommetje vol."

4 Banken zijn veel strenger

Banken houden na de laatste Bazel-regelgeving beter dan ooit de liquiditeit van ondernemingen in de gaten. “Ze kijken scherp mee in de rekening-courant”, zegt Michielsen. “Als die in gevaar komt, gaat de beuk erin. De essentie is, zo blijkt maar weer: liquiditeit. Een liquiditeitsprobleem is bijna altijd de basis van een faillissement. Ook in de bouw. Cash is nog altijd king.”