Bronbelasting is onder omstandigheden verrekenbaar met de Nederlandse vennootschapsbelasting. Bijvoorbeeld als een buitenlandse vennootschap rente betaalt aan een Nederlandse vennootschap en daarop bronbelasting wordt ingehouden in het andere land.

De hoogte van deze verrekening bepaalt men onder andere door de ontvangen rente-inkomsten te verminderen met daarmee verband houdende kosten. Koersverliezen geleden op de hoofdsom vallen daar niet onder en hoeven dus niet in mindering te worden gebracht.

Dit oordeelde de rechtbank Haarlem. De casus was als volgt. In 2003 verstrekte een Nederlandse bv leningen aan een vennootschap in Brazilië. Deze leningen luidden in Amerikaanse dollars, terwijl de boekhouding van de bv in euros luidde. De bv heeft in 2003 een koersverlies geleden op de hoofdsom.

Op de betaalde rente is bronbelasting ingehouden in Brazilië. In haar aangifte vennootschapsbelasting claimde de bv voor de interest uit Brazilië een verrekening voor de ingehouden bronbelasting. Bij deze berekening bracht de bv het koersverlies niet in mindering.

De belastingdienst ging hier niet mee akkoord. Zij stelde dat het valutaverlies moest worden gezien als met de renteopbrengsten samenhangende kosten Het moest dus in mindering gebracht worden op de ontvangen rente. De bv zou daardoor minder bronbelasting kunnen verrekenen.

De rechtbank Haarlem oordeelde dat kosten die verband houden met rente-inkomsten zien op lopende uitgaven die zijn gedaan voor de renteinkomsten. Dit zijn bijvoorbeeld beheerskosten en renten voor de financiering van schulden.

Valutaresultaten die zijn geleden op de hoofdsom vallen echter niet onder zulke kosten. Zij hoeven daarom niet in aanmerking te worden genomen bij het berekenen van de hoogte van de te verrekenen bronbelasting over de rente-inkomsten.

 


Bron: Tijdschrift Financieel Management: Tax Update ism Deloitte