Ondanks de crisis worden er nog nieuwe werknemers in dienst genomen. Wanneer een nieuwe werknemer in een vorige dienstbetrekking pensioen heeft opgebouwd, heeft deze het recht te verzoeken om waardeoverdracht van deze oude pensioenrechten te verzoeken.

U bent dan als nieuwe werkgever verplicht mee te werken aan deze ‘waardeoverdracht’. Waardeoverdracht is voornamelijk voor de werknemers in het leven geroepen en heeft als doel een (mogelijke) pensioenbreuk te beperken bij verandering van werkgever.

Waardeoverdracht is echter niet altijd gunstig voor de werknemer, soms kan waardeoverdracht zelfs slecht uitpakken. Bij een verzoek tot waardeoverdracht maakt de pensioenuitvoerder van de vorige werkgever de opgebouwde pensioenrechten van de werknemer contant naar een koopsom.

Deze overdrachtkoopsom wordt berekend aan de hand van verschillende actuariële grondslagen, waaronder een rekenrente van 4,533 procent (=2009). Deze koopsom zal worden overgedragen aan de nieuwe pensioenuitvoerder. De nieuwe pensioenuitvoerder dient vervolgens een inkoopsom van de overgekomen pensioenrechten te berekenen.

Ook de pensioenuitvoerder berekent deze koopsom aan de hand van verschillende actuariële grondslagen, maar met een verplichte rekenrente van drie procent. Het knelpunt van waardeoverdrachten zit hem in de rekenrente. De inkoopsom die de nieuwe pensioenuitvoerder berekent om de overgekomen pensioenrechten in te kopen, ligt namelijk veel hoger dan de overdrachtskoopsom die de pensioenuitvoerder van de vorige werkgever heeft berekend en aan de nieuwe pensioenuitvoerder overmaakt.

Dit verschil in koopsom kan al snel enige tienduizenden euro’s bedragen. Dit verschil dient u, als nieuwe werkgever, per direct bij uw pensioenuitvoerder af te financieren. Daarom is het raadzaam eerst goed de kosten in kaart te brengen voor u iemand aanneemt.


Bron: Grant Thornton