Verzoek AFM afgewezen

De AFM heeft de Ondernemingskamer verzocht de jaarrekening 2006 van Spyker als onderdeel van het Financieel Verslag 2006 te vernietigen, en Spyker te bevelen het Financieel Verslag 2006 opnieuw op te maken overeenkomstig de in het verzoekschrift opgenomen aanwijzingen.

De Ondernemingskamer heeft alle bezwaren van de AFM verworpen en haar verzoek afgewezen. De Hoge Raad heeft op 24 april 2009 het door de AFM tegen dit oordeel van de Ondernemingskamer ingestelde cassatieberoep verworpen (NJ 2009/345). Spyker houdt een onderneming in stand die zich toelegt op het ontwerpen en produceren van sportauto’s. Spyker heeft de financiële verslaggeving 2006 (hierna: het Financieel Verslag 2006), evenals in andere jaren, in het Engels opgesteld.

De jaarrekening 2006 is gecontroleerd door Ernst & Young Accountants en van een goedkeurende verklaring voorzien. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de financiële verslaggeving van beursvennootschappen. Op verzoek van de AFM kan de Ondernemingskamer een beursgenoteerde vennootschap, zoals Spyker is, bevelen haar jaarrekening in te richten overeenkomstig door de AFM te geven aanwijzingen (art. 2:448 lid 2 BW jo. 4 lid 2 Wtfv). AFM heeft Spyker onder meer om een nadere toelichting verzocht omtrent de toepassing van de voorschriften van de IAS-verordening of Titel 9 van Boek 2 BW in het Financieel Verslag 2006.

AFM heeft Spyker vervolgens aangegeven nog steeds twijfel over de naleving van de toepasselijke inrichtingsvoorschriften te hebben. Daarop heeft AFM een verzoekschrift bij de Ondernemingskamer ingediend, met het verzoek Spyker te bevelen haar jaarrekening conform de wensen van AFM te wijzigen. De Ondernemingskamer heeft de jaarrekening van Spyker getoetst aan de IFRS en aan de wettelijke bepalingen van Boek 2 BW. De Ondernemingskamer oordeelde dat niet kan worden gezegd dat het Financieel Verslag 2006 in zijn geheel dan wel de jaarrekening 2006 (of overige gegevens) als onderdeel daarvan, niet voldoet of voldoen aan hetgeen op grond van de wet en de IFRS is vereist.

De Ondernemingskamer oordeelde, dat ondanks enkele tekortkomingen, de jaarrekening 2006 van Spyker een voldoende inzicht geeft als bedoeld in het eerste lid van art. 2:362 BW en deze niet in strijd is met de IFRS. Dit oordeel houdt in dat ook een getrouw beeld wordt gegeven overeenkomstig de IAS. De Ondernemingskamer heeft het verzoek van AFM dan ook afgewezen. AFM heeft vervolgens – zonder succes – cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. AFM heeft in cassatie bij de Hoge Raad geklaagd dat de Ondernemingskamer heeft miskend dat de enige maatstaf is, of de jaarrekening (van Spyker) voldoet aan de voorschriften gesteld bij of krachtens art. 3 van de Verordening 1606/2002/EG (de IFRS).

De Ondernemingskamer heeft op enkele onderdelen tekortkomingen of afwijkingen van de voorschriften gesignaleerd, maar deze niet voldoende ernstig geacht om het door AFM verzochte bevel tot wijziging van de jaarrekening te geven. Dit stond de Ondernemingskamer volgens de Hoge Raad vrij. De lidstaten dienen volgens de Hoge Raad met betrekking tot de IFRS zorg te dragen voor een passend en rigoureus handhavingstelsel, maar dit betekent niet dat de Ondernemingskamer verplicht zou zijn bij iedere afwijking van de IFRS een bevel tot wijziging van de jaarrekening te geven.

De Ondernemingskamer mag het verzoek van AFM tot het geven van een zodanig bevel afwijzen, als zij tot de conclusie komt dat een redelijke uitleg van de IFRS en een redelijke toepassing daarvan ertoe leiden dat de jaarrekening het vereiste inzicht verschaft en een getrouw beeld geeft van het vermogen en van het resultaat, ook als op enkele punten (van ondergeschikt belang) niet (geheel) aan de voorschriften is voldaan.

 

Bron: Tijdschrift Financieel Management: Legal Update ism BANNING Advocaten