Wet voor bescherming klokkenluiders wordt nog dit jaar aangepast.

Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel ingediend ter implementatie van de zogeheten Klokkenluidersrichtlijn. Deze is erop gericht om meer bescherming te bieden aan personen die in aanraking komen met inbreuken op Europees recht op een aantal uiteenlopende gebieden, zoals milieuwetgeving of bij financiële wetgeving.

Dit is het gevolg van een Europese richtlijn (Klokkenluidersrichtlijn 2019/1937), die uiterlijk 17 december 2021 geïmplementeerd moet zijn door wetgeving van de lidstaten.

Het wetsvoorstel houdt wijziging in van de Wet Huis voor Klokkenluiders waarin bescherming van klokkenluiders nu is geregeld. Werkgevers moeten meer werk maken van de mogelijkheid voor klokkenluiders om zaken aan de kaak te stellen die spelen bij bedrijven. Alle bedrijven met meer dan vijftig werknemers moeten een intern meldkanaal inrichten. Ook moet er een procedure komen voor klokkenluiders die in het kader van hun werk een redelijk vermoeden hebben van inbreuk op Europees recht.

Aan de meldkanalen worden eisen gesteld met betrekking tot de geheimhoudingsplicht, de verwerking van persoonsgegevens en de registratieplicht. Na de inwerkingtreding van de wet moeten private werkgevers intern een meldkanaal met procedure hebben ingericht. Voor overheidswerkgevers geldt dit zelfs als eerder.

Volgens deze huidige wet voor klokkenluiders is het al verplicht voor organisaties met minstens vijftig werknemers om een meldkanaal en interne meldingsprocedure te hebben voor gesignaleerde misstanden. De wet wordt uitgebreid met bescherming tegen benadeling van klokkenluiders die een inbreuk van het Unierecht willen melden.

Daarbij wordt de kring van beschermde personen uitgebreid. Er zal nu bescherming geboden worden aan degene die een melder bijstaat en aan familieleden en collega’s van de melder die ook kunnen worden benadeeld indien er een werkrelatie is met degene tegen wie de melding zich richt.