Veel fraude met auto van de zaak

Er wordt veel gefraudeerd met het opgeven van privégebruik van de auto van de zaak. De Belastingdienst constateert op basis van steekproeven en controles dat zeker 40.000 automobilisten onterecht hebben aangegeven hun auto van de zaak niet privé te gebruiken.

In totaal hebben 250.000 van de twee miljoen mensen met een auto van de zaak zo’n verklaring bij de Belastingdienst ingediend.

Uit de controles blijkt dat een flink aantal zelfs overgaat tot valsheid in geschrifte door het vervalsen van de rittenregistratie, verklaringen en andere informatie. Inspecteurs stuitten in de praktijk onder andere op teruggedraaide kilometertellers, kentekenplaten die van de privéauto op de leaseauto werden geschroefd of het excuus van een ernstig ziek - en achteraf niet bestaand- kind dat naar het ziekenhuis moest worden gebracht.

Verder was er sprake van vervalste processen verbaal van diefstal van kentekenplaten waarmee de niet bestaande dief zou hebben rondgereden, werd een 'proefrit' van meer dan 600 kilometer met een sportauto opgevoerd en werden diverse lange privé-ritten toegeschreven aan de echtgenote terwijl de man dit zogenaamd niet wist.

Staatssecretaris Jan Kees De Jager van Financiën: “Het heeft me verbaasd dat mensen zich in de meest onmogelijke bochten wringen om deze belasting te ontduiken. Het gaat soms om mensen die per persoon meerdere dure auto’s van de zaak rijden en die donders goed weten dat ze de regels overtreden.”

Om leaserijders erop te wijzen dat ze zelf hun verklaring bij de Belastingdienst kunnen wijzigen, krijgen alle 250.000 verklaringhouders binnenkort een brief thuis. Ze kunnen dan aangeven of ze de auto inderdaad niet privé gebruiken, of dat de omstandigheden inmiddels zijn gewijzigd. Ook zal de Belastingdienst strenger gaan controleren op deze fraude.

Als bij controle blijkt dat er sprake is van overschrijding van de 500 kilometergrens kunnen flinke naheffingen volgen. In gevallen waar er sprake is van opzet wordt een flinke boete opgelegd. Eerder dit jaar stemde de Tweede Kamer in met een verhoging van de standaardboete naar maximaal 4920 euro, met de mogelijkheid tot een nog hogere boete bij ontduiken van grote bedragen door bijvoorbeeld het vervalsen van een rittenadministratie.