Voor het eerst sinds het economisch herstel van de crisis stijgt het aantal vaste contracten weer.

 Dit blijkt uit het  Dutch Economy Chart Book van het ING Economisch Bureau.

In het derde kwartaal van 2017 droegen vooral vast contracten bij aan de groei van de werkgelegenheid. Het aantal flexibele contracten bleef nagenoeg gelijk en het aantal zzp’ers daalde licht. Dit lijkt een breuk met het verleden: de afgelopen jaren groeide de werkgelegenheid vooral door een toename van het aantal flexibele of tijdelijke contracten en zelfstandigen. 

Een verklaring van de substantiële stijging in de werkgelegenheid met vaste contracten in het derde kwartaal van 2017 kan volgens ING-economen zijn dat de arbeidsmarkt nu echt krapper begint te worden. Het aantal werklozen per openstaande vacature is namelijk gedaald van 7 in 2013 naar 2 in 2017.

Stevige economische groei
In het Dutch Economy Chart Book zet het ING Economisch Bureau de belangrijkste ontwikkelingen van de Nederlandse economie in ruim 100 grafieken op een rij. Daarin kijkt ING onder meer naar het bedrijfsleven, consumentenuitgaven, arbeidsmarkt, huizenmarkt en de overheidsfinanciën.

Marcel Klok, macro-econoom bij het ING Economisch Bureau: “Al met al schetst het Dutch Economy Chart Book een zeer positief beeld van de ontwikkelingen van de Nederlandse economie. Wij ramen voor dit jaar dan ook stevige economische groei van bijna 3% die breed gedragen wordt door nagenoeg alle sectoren.” Zie voor ramingen de Outlook 2018, voor heel Nederland, bedrijfstakken, regio’s en woningmarkt.

Een aantal andere ontwikkelingen in de Nederlandse economie valt op in de grafieken van het Chart Book:

Winstmarge nog niet hersteld van crisis
Bedrijven en overheid investeren minder in gebouwen dan voor de crisis, en juist veel meer in software, computers en R&D. Investeringen in machines en voertuigen zijn recent het pre-crisisniveau gepasseerd. De bedrijfsinvesteringen (exclusief gebouwen) zitten als percentage van het bbp alweer rond de piek van voor de crisis. De totale investeringsquote is nog niet helemaal hersteld, omdat de overheid relatief minder investeert. Overigens geldt hierbij wel dat in nationale rekeningen niet alle overheidsuitgaven meetellen, ook al hebben ze een investeringskarakter zoals bijvoorbeeld onderwijs.