Het dreigende tekort aan arbeidskrachten met de juiste vaardigheden kan op termijn tot sterk stijgende loonkosten leiden.

Als tegen de talentschaarste geen maatregelen worden genomen, kunnen Nederlandse werkgevers in 2030 in totaal bijna 30 miljard euro per jaar aan extra arbeidskosten kwijt zijn, zo blijkt uit een nieuw onderzoek van organisatieadviesbureau Korn Ferry. 

Verdienmodellen in gevaar

De talentschaarste kan in twintig grote economieën leiden tot bij elkaar circa 2.152 miljard euro aan extra loonkosten in het jaar 2030. Dat kan de winstgevendheid en de verdienmodellen van bedrijven in gevaar brengen.

“In de toekomstige arbeidsmarkt dreigt er ondanks een overvloed aan arbeidskrachten een schaarste te ontstaan aan mensen met de specifieke vaardigheden die nodig zijn om de continuïteit te waarborgen van de bedrijven en organisaties waar ze voor werken,” zegt Madeline Dessing, managing director bij Korn Ferry in Nederland. “Terwijl de lonen over het algemeen gelijk zullen stijgen met de inflatie, kunnen de salarissen voor deze schaarse werknemers enorm omhoogschieten als werkgevers onderling om de best gekwalificeerde mensen gaan concurreren op basis van alleen salaris.”

Invloed op loonkosten: hoe groot?

Als vervolg op het recente onderzoek van Korn Ferry naar de gevolgen van de groeiende talentschaarste, geeft Korn Ferry in het onderzoek Salary Surge schattingen voor welke invloed deze talentschaarste heeft op de loonkosten in 20 van de grootste economieën. Het onderzoek hanteert drie peildata – 2020, 2025 en 2030 – en is gebaseerd op gegevens uit drie sectoren: de financiële en zakelijke dienstverlening, de sector technologie, media en telecommunicatie (TMT) en de maakindustrie. Voor deze sectoren is gekeken welke bedragen organisaties als gevolg van talentschaarste mogelijk extra moeten betalen voor gekwalificeerd personeel, bovenop de inflatie-gerelateerde loongroei.

Extra loonkosten in Europa:

• De loonpremie voor personeel met de gewenste vaardigheden, oftewel wat werkgevers extra moeten betalen bovenop de inflatie-gerelateerde loonstijgingen, komt in Nederland in 2030 naar schatting per werknemer gemiddeld op 9.262 euro per jaar. Dat is het op één na hoogste bedrag van de onderzochte Europese landen; alleen in Duitsland wordt in 2030 een hogere loonpremie geschat, namelijk van 13.714 euro per werknemer per jaar. Op nummer drie staat het VK met een geschatte loonpremie van 6.909 euro.
 
• Van alle Europese landen voelt Duitsland de gevolgen van talentschaarste het zwaarst, met mogelijk 150 miljard euro per jaar aan extra loonkosten tegen 2030.

• Hoewel de vooruitzichten voor het VK en Frankrijk voor de eerstkomende jaren beter zijn, lopen tegen 2030 de geschatte extra loonkosten in het VK niettemin op tot 103 miljard euro en in Frankrijk tot 78 miljard euro.
 
• In de financiële en zakelijke dienstverlening zijn het VK en Duitsland, waar immers enkele van ’s werelds grootste financiële centra zich bevinden, die de hoogste stijgingen ondervinden: in het VK kampt deze sector in 2030 met extra salariskosten van 23 miljard euro, en in Duitsland zelfs circa 38 miljard euro.
 
• Ook de maakindustrie in Duitsland dreigt in 2030 gebukt te gaan onder extra loonkosten van 17 miljard euro, waarmee de hele sector mogelijk serieus kan gaan haperen.