Het bestuur van ABN AMRO ziet af van de loonsverhoging van 100.000 euro per bestuurslid. Vanwege de beloning werd de beursgang van de bank eind vorige week uitgesteld.

Via een persverklaring eerder vandaag liet de raad van bestuur van de ABN AMRO weten vrijwillig af te zien van  bijna 17 procent salarisverhoging vanwege de maatschappelijke verontwaardiging die dit opriep.

Minister Dijsselbloem van Financiën is blij dat ABN AMRO heeft besloten om de omstreden salarisverhoging alsnog terug te draaien. Volgens de bewindsman levert de banktop ‘nu een belangrijke bijdrage aan het herstel van rust en vertrouwen rond de bank. De goede resultaten van ABN AMRO die dankzij de inzet van de medewerkers en bestuurders van de bank zijn bereikt, kunnen nu weer de aandacht en waardering krijgen die zij verdienen.’

Ook in de Tweede Kamer wordt positief gereageerd.

Het is echter verre van zeker of de ‘knieval’ van de Raad van Bestuur om af te zien van een forse salarisverhoging de beursgang van ABN AMRO dichterbij heeft gebracht. Naast de salarisverhoging spelen er nog een aantal kwesties waarover Dijsselbloem eerst overleg wil hebben met de Tweede Kamer. 

Zo willen D66 en CDA eerst opheldering over de malversaties bij een filiaal in Dubai en over een kritisch DNB-rapport over de controlesystemen bij de bank, waarover het Financieele Dagblad zaterdag berichtte. Regerings­partij PvdA stelt zelfs aanvullende eisen aan de beursgang. De partij wil een zware beschermingsconstructie en een maatschappelijk statuut.

Het besluit van de zes bestuursleden (topman Zalm kreeg er niets bij) om de salarisverhoging niet te accepteren, is opmerkelijk. Afgelopen vrijdag zei de raad van commissarissen, die de beloning van de bestuursleden vaststelt, nog voet bij stuk te houden.